De Tweede Wereldoorlog is er voor ouderen soms nog iedere dag

Lodewijk Born

Geestelijk verzorger en predikant Jacomette de Blois (60) uit Utrecht hoort in haar werk als pastor bijna iedere dag verhalen van ouderen over de Tweede Wereldoorlog. Het bracht haar er toe er een boek over te schrijven: Iedere dag komt het voorbij.

Ruim 26 jaar is Jacomette de Blois geestelijk verzorger, op dit moment in de Antonius Hof in Bussum. Ze is bij de Goede Leven-lezers wellicht ook bekend van de columns die ze de laatste jaren schreef. ,,Dat ik dat gedaan heb, heeft me nu geholpen bij het schrijven van dit boek”, zegt ze. ,,Ik móést na mijn werk gewoon gaan zitten en per avond een verhaal uitwerken, anders was mijn boek er nooit gekomen.”

Bijna elke dag komt, zoals ze het omschrijft, wel ‘een flard van oorlog’ voorbij in verhalen die ouderen vertellen. ,,Daar mogen we niet ‘overheen luisteren’. Het zijn namelijk gebeurtenissen die grote impact op hun leven hebben gehad, en dat van volgende generaties. Zelfs van kinderen, klein- en achterkleinkinderen.” Door die levens loopt een ‘spoor van 1940-1945 naar nu’, aldus De Blois. ,,Ik heb in die tientallen jaren veel verhalen opgeschreven, maar er zijn er ook die ik me nog zó voor de geest kan halen. Alsof ik het gisteren hoorde.”

Mevrouw De Waal

Meer dan honderd ‘waarvertelde’ flarden en verhalen heeft ze in Iedere dag komt het voorbij verweven, geanonimiseerd en vrij geënsceneerd opgeschreven. Dat leidde tot 51 hoofdstukken. Als lezer heb je het gevoel dat je je eigenlijk in de ruimte bevindt waar De Blois en de persoon in kwestie het over de oorlogsjaren hadden. Het zijn verhalen die je bij de keel grijpen.

Zo is er mevrouw De Waal, 87 jaar, die vertelt hoe Nijmegen op 22 februari 1944 werd gebombardeerd: ‘Mijn grootvader was bij me toen Nijmegen gebombardeerd werd. Wij zagen het gebeuren, heel vlakbij. We hoorden loeihard lawaai. Er was een vuurzee. Chaos. Gebouwen getroffen. Ik ben maar net gespaard, mijn grootvader is niet gespaard. Vlak voordat hij in elkaar zakte, zei hij: ‘En toch bestaat er een hemel.’ Nadat hij dat gezegd had, heb ik hem niet meer gezien of iets van hem gehoord. Het werd donker. Hij stierf een week later aan zijn verwondingen.’

De woorden ‘en toch bestaat er een hemel’ gaan haar hele leven met haar mee, zo blijkt. ‘Dat hoor ik nog… en in die hemel geloof ik ook.’ De Blois schetst hoe mevrouw De Waal een goed leven kreeg toen ze volwassen werd, ‘maar ambivalentie hoort sinds 22-2-1944 bij haar leven’.

Breinkastje

De Blois heeft gemerkt dat alles een trigger kan zijn als het gaat om het onderwerp oorlog. ,,Dat een krantenbericht of een stukje tv-journaal nare herinneringen kan oproepen is goed voor te stellen. Maar dat alle uiteenlopende geluiden, geuren, woorden, mensen, kledingstukken dat ook kunnen zijn om een stuk oorlog uit een geheugen, ’een breinkastje’, tevoorschijn te roepen, begrijpen we als naasten nauwelijks.”

In het hoofdstuk met als titel ‘Japandré Rieu’ beschrijft ze hoe een vrouw helemaal door het lint ging bij een kerstconcert op tv van André Rieu. ,,In heel wat verzorgingstehuizen en verpleegtehuizen staat de televisie aan. ‘André met Kerst, altijd goed’, denken ook de verzorgenden. Maar niet voor mevrouw Van Waarde. Ik zie haar nog krijsen en schreeuwen: ‘Ik wil hier weg. De jappen, de jappen!’” Niemand lijkt het te snappen, maar André Rieu heeft een koortje met geüniformeerde kleine Japannertjes. ,,Ze bleek in een jappenkamp gezeten te hebben en voor haar waren dit ‘de jappen’, ze voelde zich bedreigd, bang omdat ze in haar rolstoel nergens heen kon. Eigenlijk wilde ze het liefst vluchten, net als toen.”

Het belangrijkste in zo’n situatie: luisteren en iemand voor 100 procent serieus nemen in wat dit met mensen doet. ,,Wat je niet moet proberen is iets te verklaren, weg te rationaliseren of te bagatelliseren. Probeer niet de trigger te begrijpen, maar help te ontdekken en hanteren wat de trigger naar bovenhaalt en iemand zo in de war brengt.”

Oorverdovende stilte

Dat die oorlog ineens voorbij komt, is ook voor (klein)kinderen van ouders met een WOII-verleden in WO soms een verrassing. Rabbijn Awraham Soetendorp, die het voorwoord van het boek schreef, schrijft over ‘verkrampte huizen waar de stilte de boventoon voerde. Oorverdovend’. Hoe in heel wat gezinnen nooit over de Tweede Wereldoorlog werd gesproken. En hoe zoiets later als een boemerang terugkwam.

De Blois: ,,Ik heb meegemaakt hoe een dochter haar moeder, die dementerend was, helemaal in paniek zag, omdat die nare oorlogservaringen herbeleefde. En dat die dochter wanhopig uitriep: ‘Hier wisten we helemaal niks van! Waarom heeft zij of vader daar nooit iets over verteld…”

Iedere dag komt het voorbij bevat verhalen over de gaarkeukens in de oorlog, opgestapelde lijken in een Amsterdamse kerk in de hongerwinter van 1944, over liefde en verliefdheid in oorlogstijd en hoe Joodse vriendinnetjes zomaar uit de klas verdwenen. ,,Ik hoor van mensen die het boek gekocht hebben, dat ze het niet allemaal achter elkaar kunnen lezen…”

Snippertjes

Een van de verhalen die haar zelf het meest aangreep is ‘Snippertjes verbrande schriften’, over het bombardement op de binnenstad van Rotterdam, op 14 mei 1940. Hoe mevrouw De Pree, 76, vertelt hoe ze vlak bij Rotterdam woont en vertelt over die dag die Rotterdam in de as legde. ‘De wind waait onze kant uit, we ruiken de brandlucht. Dan dwarrelen vlak voor mijn voeten stukjes zwart, bruin, geschroeid, gekruld papier neer. Ik raap ze op en herken de snippertjes. Het zijn stukjes lijntjes- en stukjes ruitjespapier uit schoolschriften, Ik kan een paar letters lezen en herken het handschrift van een kind van de lagere school. Ergens in hartje Rotterdam is net een lagere school getroffen. Mijn vader en ik kijken elkaar aan en denken hetzelfde. Waar zijn de kinderen en de juffen en de meesters?’

De Blois: ,,Verbrande snippertjes, dat is dan een beeld dat alles zegt. Waar je het koud van krijgt en waarvan je weet dat iemand dat nooit meer is kwijtgeraakt.”

Het 51e verhaal in het boek is haar eigen verhaal. ‘Sinds ik me iets kan herinneren, bestaat de Tweede Wereldoorlog voor mij. Mijn ouders vonden elkaar in de mobilisatie. Een koffer vol brieven uit de oorlog vertelt hun verhaal. Vriendschap met mijn joodse buurmeisje stelde mij de vraag: wat doe ik als zij ooit gevaar loopt? Sindsdien weet ik ook dat de Tweede Wereldoorlog niet alleen tot onze geschiedenis behoort, maar aanwezig blijft in ons heden.’

Zuinig

‘De oorlog’ staat voor haar voor de ultieme cumulatie van menselijk kwaad in de Tweede Wereldoorlog, maar tegelijk ook voor alle wreedheden in oorlogen daarvoor en daarna. Voor haar propedeuse-examen van haar theologiestudie koos ze het boek De zin van het bestaan van de Oostenrijkse psychiater Victor E. Frankl (1905-1997), dat oorspronkelijk verscheen in 1946 onder de titel Ein psycholog erlebt das Konzentrationslager. ‘Het is inmiddels stukgelezen, maar ik sla het nog vaak open. Frankls realistische, maar hoopvolle kijk op mensen en zijn stelling: ‘Wie weet, waarvoor, voor wie hij leeft, kan haast elk ‘hoe’ dragen, heb ik steeds weer nodig’, schrijft ze daarover.

De Blois heeft aan de oorlog overgehouden dat je zuinig moet zijn met spullen. Ze heeft – net als haar moeder destijds – een voorraad van voedsel, kaarsen en zeep in huis. Dingen weggooien? Dat doet ze niet snel. Misschien kun je anderen nog blij maken met die spullen. Haar kleinkinderen vertellen op school hoe ‘de hobby van oma recyclen is’.

Kleding, eten, een huis om in te leven en warmte en licht, ziet De Blois als ‘een geschenk waar ze dankbaar voor is’. ,,Je hoort van ouderen dat ze niet meer hadden dan één paar schoenen en ook dát nog kwijt raakten. Ze moesten op blote voeten verder.”

Oorlogsverhalen

Haar boek is volgens De Blois niet alleen een boek over de Tweede Wereldoorlog maar ook voor het beter begrijpen van oorlogsverhalen anno 2018 – waar, vindt ze, niet veel oog voor is. ,,Vluchtelingen die ons land binnenkomen hebben verschrikkelijke dingen meegemaakt, in bijvoorbeeld Syrië of Irak. Kinderen zijn getraumatiseerd. Maar we komen er amper aan toe om te luisteren naar hun verhalen. Ook omdat onze antenne er voor ontbreekt. We zijn vooral gericht op ‘een goede integratie’. Maar ooit zullen die verhalen, net als bij de ouderen uit de Tweede Wereldoorlog, naar boven komen.”

De Blois meent zelf dat haar boek is bestemd voor een brede doelgroep. Ouderen en (klein)kinderen van ouderen, maar ook werkenden in de zorg, collega-predikanten en docenten op theologische en zorgopleidingen. ,,Ik denk dat een ieder er baat bij kan hebben om dit onderwerp beter te kunnen begrijpen.” Wat haar ook opvalt. Echt iedereen die het boek gelezen heeft, komt weer met een eigen verhaal over de oorlog. ,,Jong en oud.”

Dodenherdenking

Aan het eind van het boek houdt ze een pleidooi om nooit te stoppen met de dodenherdenking van 4 mei. Ook omdat ze dit vanuit het verzorgingstehuis krijgt te horen: ’Ja, natuurlijk moet dat, dat zijn we verplicht, dat willen we ook.’

We blijven gedenken omdat we mensen zijn in een wereld met oorlog, oorlog die nooit verjaart, aldus De Blois. ‘Gedenken is meer dan alleen denken aan en zich herinneren. Gedenken heeft niet alleen met het verleden te maken maar ook met het heden en met de toekomst. Zolang er nog iemand ooggetuige is, iemand die aan den lijve de oorlog heeft meegemaakt, zolang er nog iemand is wiens ouders of (over)grootouders getekend zijn door de gebeurtenissen van de Tweede Wereldoorlog, blijven we gedenken.’

N.a.v. Iedere dag komt het voorbij. Ouder worden met de oorlog. Jacomette de Blois. Uitgave van Berne Media, 16,90 euro