Op zoek naar de balans tussen hoofd en hart in de kerk

Hanneke Goudappel

Matthijs van Ittersum is vorige week gepromoveerd op de visies van Augustinus en Joseph Ratzinger (paus Benedictus XVI) op de doop. Hun perspectief op de doop als inlijving in een nieuwe gemeenschap is relevant voor vandaag, ontdekte hij.

In het dagelijks leven is Matthijs van Ittersum (39) uit Kampen docent Latijn en teamleider aan scholengemeenschap Fruytier in Rijssen. Opgegroeid in reformatorische hoek is het op het eerste gezicht opmerkelijk dat hij zijn dissertatie opdraagt aan Joseph Ratzinger, voormalig paus Benedictus XVI. Hij gaf zijn boek mee aan de Duitse kardinaal Gerhard Müller – vriend van Ratzinger – die een dag in Den Bosch was, om het aan hem te overhandigen.

Van Ittersum was vier en een half jaar bezig met zijn onderzoek, vorige week promoveerde hij aan de Tilburg University onder begeleiding van de promotoren prof. dr. Paul van Geest en dr. Aza Goudriaan.

Hoe is hij bij zijn thema en bij Ratzinger uitgekomen? ,,Ik heb theologie gestudeerd aan het Hersteld Hervormd Seminarium aan de Vrije Universiteit. Daar raakte ik geïnteresseerd in de vroege kerk”, vertelt Van Ittersum. ,,De kerk is erg verdeeld geraakt, maar alle stromingen komen voort uit de vroege kerk: een boeiende periode van het christendom. Ga maar eens terug naar die tijd: wat kunnen wij daarvan leren? De doop is een centraal gegeven in de kerk. Ik wilde mij in de eerste instantie verdiepen in wat Augustinus daarover heeft gezegd, maar daarover is al zoveel geschreven. Daarom heb ik de visie van Ratzinger erbij betrokken, omdat ook hij geworteld is in de vroege kerk en hij volgens mij een van de grootste theologen van de twintigste eeuw is. Hij wilde de kerk moderniseren met gebruik van de bronnen van de kerkvaders. Hij is wat mij betreft van het formaat van de Zwitserse theoloog Karl Barth (1886 – 1968), vooral ook om dat hij zoveel intellectueel erfgoed heeft achtergelaten.”

Diamant met verschillende kanten

Door de eeuwen heen is de doopleer aan ontwikkeling onderhevig geweest, constateert Van Ittersum. ,,De doop is een diamant met allerlei verschillende kanten. De doop is bij zowel Ratzinger als Augustinus ten diepste de inlijving in de kerk. Volgens Ratzinger raak je wanneer je gedoopt wordt, als het ware de grote consequentie van de erfzonde – het individualisme – kwijt. Je gaat horen bij het Lichaam van Christus.”

,,Kerken in de protestantse traditie zijn sterk bepaald door de theologie van de zestiende eeuw: de leer van de doop werd vooral bezien vanuit het verbond. Daarnaast kun je bijvoorbeeld christocentrisch naar de doop kijken: de dopeling is gestorven, begraven en opgestaan met Christus; of pneumatologisch: de dopeling wordt gezegend met en door de Heilige Geest. Ik doe geen uitspraak over wat het beste perspectief op de doop is. Maar ik durf wel te zeggen dat het perspectief van inlijving in de nieuwe gemeenschap dat in de vroege kerk centraal stond, in het protestantisme door de eeuwen heen minder relevant is geworden.”

,,Dit was voor mij een eyeopener: de doop is niet alleen een belangrijk begin, maar ook de start van het proces van een steeds inniger verworteling in het Lichaam van Christus.

En dat zou juist wel eens relevant en belangrijk kunnen zijn in de tijd waarin wij leven. Een tijd van individualisme, gericht zijn op jezelf: hoe kom ik zo goed mogelijk voor de dag op LinkedIn, Facebook, Instagram? Het biedt een tegenwicht aan ons individualisme.”

Groter mysterie

Zijn onderzoek heeft Van Ittersum ook persoonlijk verrijkt. ,,Ik dacht in mijn onderzoek antwoorden te kunnen vinden op geloofsvragen. Dat was een illusie. Als God een mysterie is, en je gaat dat onderzoeken, dan wordt Hij een nog groter mysterie. Al ons spreken over Hem is bijna niets. Vroeger vond ik het teleurstellend wanneer ik geen antwoorden vond. Ik wilde graag alles weten. Nu ben ik ontspannener. Ik hoef niet alles te weten en overal een mening over te hebben. Ik geloof dat er een absolute waarheid is. Ik ben geen postmodernist die meerdere waarheden heeft. Maar we moeten af van het idee dat we de waarheid in pacht hebben. We zoeken ernaar.”

Dat besef kan ruimte en ontspanning geven, heeft Van Ittersum gemerkt: ,,Dat geldt voor mij persoonlijk, maar ook voor het samenleven in de kerk. Het is in kerken vaak spannend rondom de dogma’s. Vooral als mensen bepaalde dogma’s gaan verabsoluteren.”

Van het katholicisme heeft Van Ittersum geleerd geloof en rede, hart en hoofd, bij elkaar te houden en God werkelijk een mysterie te laten zijn. ,,Belangrijker dan dogma’s is de theologie van het hart: het ervaren van God in eredienst, gebed, doop en avondmaal. Daarna volgt de theologie van het hoofd, de dogma’s: reflecteren op wat we ervaren van God. Ik denk dat het ook voor ons vandaag belangrijk is hier de juiste balans in te vinden. De liturgie is ouder dan de dogmatiek. Jezus gaf zijn discipelen slechts een paar regels rond het avondmaal. Hij begon met het breken van het brood. Dat zie je ook bij de doop. Mensen werden gedoopt zonder dat ze eerst uitgebreid onderwijs kregen over wat de doop precies inhoudt.”