Wensdenken van Donner

Contrapunt
Sytze Faber

Afgelopen week ging Piet Hein Donner, vicevoorzitter van de Raad van State, met pensioen. Het ging gepaard met veel interviews, waarin zelfgenoegzaamheid niet schitterde door afwezigheid. Een citaat van Wim Derksen kwam boven, voormalig hoogleraar bestuurskunde en lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. In De Volkskrant van 18 mei jongstleden prees hij Donner als een kundige machtspoliticus ,,maar hij is ook iemand die eigen capaciteiten, vooral zijn intellectuele, wonderbaarlijk overschat”. Donner valt inderdaad niet op twijfel aan het eigen gelijk te betrappen. Daar is wel reden voor.

Ik doel vooral – dat is actueel – op zijn fascinatie voor verkiezingen. Natuurlijk, zonder eerlijke verkiezingen is er geen democratie. Maar het is slechts een deel van het verhaal. De democratische rechtsstaat is ook ondenkbaar zonder de beginselen van onafhankelijke rechtspraak, onafhankelijke pers en garanties voor minderheden zodat ze geen speelbal kunnen worden van een politieke meerderheid. Daar legt Donner minder nadruk op.

Hij vindt dat de sharia moet worden ingevoerd als twee derde van de bevolking – de voor een grondwetswijziging vereiste meerderheid – daar voor stemt. ,,Het zou een schande zijn om te zeggen: dat mag niet! De meerderheid telt. Dat is de essentie van democratie.” Als dat alles is, zijn we bij de ‘democratie’ van Poetin en Erdogan. Zij laten zich volgens het boekje kiezen, maar dan houdt het op.

Verabsoluteren

Niet alleen in Rusland en Turkije, in de westelijke wereld wint het verabsoluteren van het verkiezingsbeginsel ook snel veld. Zie Orbán in Hongarije, Trump in de VS en de pas gekozen Bolsonaro in Brazilië. Bij hen is te beluisteren dat rechters en journalisten zich (mede?) hebben te richten naar de mening van het ‘echte’ volk, de meerderheid dus. De gevolgen voor minderheden laten zich raden.

Het verabsoluteren van het verkiezingsbeginsel is ook de bron – ik ga af op het interview met hem in De Volkskrant van 31 oktober jongstleden – van Donners opvatting dat partijen, die vinden dat alles anders moet en daarmee electoraal scoren, zo snel mogelijk regeringsverantwoordelijkheid moeten krijgen. Dat zal ze inkapselen en tandeloos maken. Dit is machtspolitiek wensdenken in plaats van principieel op de bres staan voor het totale pakket van democratische rechtsprincipes.

Slappe thee

De NSDAP van Adolf Hitler haalde bij de verkiezingen in 1932 ‘slechts’ een derde deel van de stemmen. De confessionele Zentrumpartei onder aanvoering van Von Papen redeneerde toen zoals Donner nu. Hitler moest sowieso rijkskanselier worden. Dan zou hij snel een toontje lager gaan zingen. De uitkomst is bekend.

In 2010 ging Donner zelf aan de slag met hetzelfde stramien. De PVV was bij de verkiezingen op 15 procent gekomen. Daarom moest Wilders regeringsverantwoordelijkheid gaan dragen. Donner ging tot het gaatje. Intimideerde zijn kritische partijgenoten Ferrier, Klink en Koppejan tot op het bot. Er kwam een gedoogakkoord van VVD en CDA met de PVV.

Acht jaar later staat Wilders er nog fleurig bij. De PVV is de tweede partij van het land. Donner kent de oorzaak. De PVV hoefde alleen maar te gedogen. Dat is slappe thee. De PVV moet het kabinet in. Het echte werk, dat zal Wilders wél opbreken.

VVD en CDA zijn met hun exclusieve identiteitsdenken verder opgeschoven richting PVV. Dat krijg je als verkiezingen hét richtsnoer zijn en de omgang met pek wordt onderschat. De PVV-propaganda (in de door de overheid betaalde zendtijd voor politieke partijen) ademt inmiddels het Blut-und-Boden-denken dat indertijd de NSDAP in de greep had. Toch moet Wilders (vice)premier worden. Ga toch fietsen.

Reageren? fabersyma@gmail.com