Vredelievend nadenken over ‘de goden’

Tjerk de Reus

Gelovigen van de wereldreligies vertellen elkaar verhalen die verbinden. Dat is de grote les die Neil MacGregor trekt uit zijn rondgang door de wereld van de religie. Hij vertelt erover in Leven met de goden.

Goden lijken museumstukken, want wie gelooft nu nog in het reële bestaan van Donar, Wodan, Frya of een andere godheid uit de spirituele sfeer van onze voorouders? Tegen de God van het christendom kijken veel mensen anders aan, die hoort niet bij ‘de goden’. Maar het is zonneklaar dat de secularisatie ook het christelijke geloof heeft aangetast.

Toch is het zinvol om te spreken en na te denken over onze goden, vindt Neil MacGregor (1946), oud-directeur van het British Museum.

Dat gesprek moeten we dan wel ruim opvatten: het gaat ook over de oermensen die Midden-Europa bevolkten en een ‘leeuwmens’ vervaardigden uit ivoor, tot de miljoenen mensen die zich jaarlijks laten dopen in de rivier de Ganges in India. Het is deze brede blik die MacGregor wil werpen op het fenomeen religie. Dat doet hij niet zonder urgentie: religie zit ons dwars, zorgt voor spanningen en problemen, wereldwijd.

Begrip

Juist nu de wereldbevolking groeit en migratiestromen het dagelijkse nieuws bepalen, zouden we moeten leren om begrip op te brengen. Hoe leef ik met ‘mijn god’ en hoe doe jij dat met de jouwe? En wat kan ons daarin samenbinden? Vanuit die vragen schreef MacGregor zijn boek en koos hij er een reeks illustraties bij. ‘Zou het mogelijk zijn dat de mensheid nu komt tot een pluralistisch mondiaal verhaal,’ vraagt hij zich af: ‘een geheel van aannames en ambities die gelden voor iedereen in onze hypercommunicatieve en steeds fragielere wereld, en die iedereen steun bieden?’

Het omvangrijke boek heeft een documentair karakter. Je kunt er niet in opzoeken wat de sikhs in India allemaal precies geloven of welke rituelen zij exact uitvoeren, om maar iets te noemen. Er komt natuurlijk wel eindeloos veel ter sprake, maar dan steeds onder een bepaalde belichting en op basis van een thema. Zo schrijft MacGregor interessante pagina’s over Ethiopië als christelijk land, al sinds de vierde eeuw, en de rol die dat religieuze karakter speelde in de eerste helft van de twintigste eeuw. De katholieke Italianen meenden Ethiopië te moeten veroveren. De afgezette keizer Haile Selassie groeide, in de beeldvorming, uit tot een lijdende Christus. Naderhand werden Selassie en Ethiopië krachtige symbolen van de eigenheid van Afrika, in onderscheid van de Europese christelijke onderdrukkers.

Met dergelijke spontane dwarsverbanden staat dit boek vol. Dat betekent niet dat het inhoudelijk een chaos is, hoewel MacGregor zichzelf soms behoorlijk de vrijheid gunt van hak op de tak te springen. Hij behandelt zijn thematiek met een zekere globale orde, die valt af te lezen aan de zes hoofdonderdelen. Zo schrijft hij over het ‘samen geloven’, over ‘theaters van het geloof’, over de kracht van beelden en over de aard van de godheden.

Verrassen

Verder moet je je gewoon laten verrassen door wat MacGregor aanreikt. Het gaat over uiteenlopende fenomenen als de rol die de Japanse zonnegodin Amaterasu speelt bij de zonnewende, over de heilige Margaretha die uit de rug van een draak tevoorschijn kwam en over de vruchtbaarheidsgodin Artemis (met wie de apostel Paulus ooit werd geconfronteerd in Efeze).

MacGregor biedt een milde blik op religie. Godsdienst is iets wat mensen in uiteenlopende situaties helpt, kracht geeft en vooral: samenbindt. Die zienswijze is natuurlijk legitiem, hoewel allerlei narigheid die religie ook oplevert bij MacGregor goeddeels buiten beeld blijft.

Zijn idee dat alle godsdiensten één zijn of moeten worden, mag je gerust naïef noemen. Maar MacGregors vredelievende houding tegenover religieuze diversiteit heeft in elk geval een boek opgeleverd dat lezers stimuleert tot een houding van begrip en inlevingsvermogen.

Leven met de goden. 40.000 jaar volkeren, objecten en religie. Neil MacGregor. Uitgeverij Hollands Diep, 39,99 euro