Molukse Kerk van Hoogkerk is de spil van de gemeenschap

Allert van der Hoeven

Het houten kerkgebouw van de Moluks-Evangelische Kerk van Hoogkerk staat midden in de Molukse wijk. De kleine dertig kerkgangers zitten op eenvoudige houten stoelen met stalen poten. Alles is netjes onderhouden, al oogt het wat versleten. ,,Het gebouw is onbewoonbaar verklaard”, grapt dominee Theo Pattinasarany. ,,Maar samen staan we sterk, met Gods zegen.”

Soepel wisselen voorganger en kerkgangers tussen Maleise en Nederlandse teksten. De predikant zingt met overtuiging en een lach een lied voor: ‘Dalam Tuhan kita bersaudara, Sekarang dan selamanya…’ ‘In God zijn we broeders, nu en voor altijd…’ ,,Nu kennen jullie het wel, toch?”, zegt de dominee breed glimlachend, nadat het lied een aantal keren gezongen is. ,,We gaan een canon doen.” Enthousiast verdeelt Pattinasarany de kerk in drieën, maar als de tweede groep begint, valt de eerste al stil. De dominee lacht. ,,Oké, met z’n allen maar weer!”

Geredja Indjili Maluku (GIM), Moluks-Evangelische Kerk, luidt de officiële naam van de kerk. De overheid zette het gebouw ruim een halve eeuw geleden neer, in de toen nieuwe wijk voor Molukkers. In de jaren tachtig nam de kerk het onderhoud over. Het valt de bescheiden gemeente zwaar om het gebouw te onderhouden. ,,God luistert naar ons gebed”, zegt de Pattinasarany bemoedigend tegen de gelovigen. ,,We vechten voor ons bestaansrecht als kerk. We moeten niet achteroverleunen maar als de Heer het wil, komt het allemaal goed.”

Het gebouw is veel meer dan een kerk. Het is het kloppend hart van de Molukse gemeenschap, die hier kwam wonen toen duidelijk werd dat het verblijf in Nederland langer zou duren dan aanvankelijk gedacht, begin jaren zestig van de vorige eeuw. Hier ontmoeten de Molukkers elkaar, kerklid of niet.

Samengaan

Naast de GIM kerkt er ook de Noodgemeente Geredja Protestan Maluku di Belanda (Noodgemeente van de Protestantse Molukse kerk in Nederland). ,,Het is een andere kerk, maar we kennen elkaar allemaal natuurlijk wel uit de buurt. En we doen ook heel veel samen”, zegt ouderling/secretaris Harry Hallatu. ,,Samengaan zou ook best kunnen, maar dat is iets wat de synodes moeten beslissen’, vult dominee Pattinasarany aan.

De restanten van het eten dat de dag ervoor werd uitgedeeld bij een fondsenwerving in Barneveld, eten de kerkgangers na de dienst gezamenlijk op. In de keuken warmen de dames alles op: rijst met sambal goreng daging, salade, kroepoek en sambal. Soepel dekken de kerkgangers met elkaar de lange tafel waar het eten geserveerd wordt.

Kerkganger Ankie woont sinds een aantal jaren weer in haar ouderlijk huis. Haar ouders behoorden tot de eerste generatie Molukkers. Na hun overlijden konden Ankie en haar man Emi het huis in de Molukse wijk overnemen. Beiden zijn betrokken kerkleden en hun kinderen volgen hen daarin. ,,Mijn kinderen van twintig en zeventien gaan over een tijdje belijdenis doen”, zegt Ankie. ,,Ons geloof is ons vanuit de moederschoot meegegeven, het is een deel van ons geworden.”

Elkaar helpen

Ankie is begeleider bij de zondagsschool én vrijwilliger, waar die extra handen maar nodig zijn. ,,Wij wonen pal achter de kerk, dus je ziet ook alles. Gisteren kwamen de mensen van de kerk terug van de fondsenwerving in Barneveld. ‘Die bus moet leeg’, denk je dan, dan help je natuurlijk even mee met uitpakken. En daarna blijf je nog een tijd gezellig kletsen. Het zit ook in de opvoeding: elkaar helpen.’

,,Saamhorigheid is erg belangrijk voor Molukkers”, beaamt Ankies man Emi. ,,Dat merk ik ook bij mijn Nederlandse collega’s. Als ik iemand bezig zie, dan wil ik altijd helpen. In deze kerk kun je je identiteit uiten. In het kamp hadden we een besloten leven. Je blijft maar even, we zouden teruggaan naar de Molukken, dachten we.” Toen dat teruggaan definitief van de baan was, moesten de Molukkers hun leven hier opbouwen. ,,We moesten opeens volledig participeren. Dan is het wel goed dat je steun bij elkaar kunt vinden.”

Ika (75) was zeven jaar toen zij in 1947 vanuit de Molukken naar Nederland kwam. ,,De eerste tien jaar woonden wij in Kamp Oranje. Na tien jaar verhuisden we naar Hoogkerk. Toen de kerk hier kwam, was het groot feest. Als ik hier in de kerk ben, voel ik dat Jezus aanwezig is, dan kom ik tot rust. En in deze kerk zijn we onder elkaar. We zetten samen alles vooraf klaar, we zetten samen koffie, zorgen voor koekjes… En naderhand ruimen we samen alles op. Dat hoort zo, we zijn een eenheid.”

Ook haar nakomelingen voelen zich verbonden met de Molukse kerk. ,,Mijn dochter kerkte een tijd lang ergens anders, maar zij komt hier nu ook weer, samen met mijn oudste kleindochter.”

Integratie

De Molukkers van Hoogkerk zijn allemaal goed geïntegreerd, denkt ouderling Harry. Maar de eigenheid van de Molukse Kerk is het waard om te behouden, vindt hij. ,,Wij geven dat mee bij de opvoeding, zodat de kinderen zich bewust zijn van hun oorsprong. Wij geloven dat de kerk zeker nog toekomst heeft. We hebben nu ongeveer negentig leden, inclusief doopleden en er zit zelfs een lichte groei in, sinds een aantal jaren.”

De toekomst van de kerk ziet er dan ook rooskleurig uit. Maar de staat van het gebouw baart wel zorgen. ,,We zorgen er wel voor dat alles er goed uit ziet. Zo verven we het gebouw zelf. Maar de elektriciteit moet vervangen worden en de vloer in de kerk ook. Die ligt er al vanaf het begin, meer dan een halve eeuw. We proberen daar op allerlei manieren geld voor in te zamelen, zoals tijdens de fondsenwerving van de synode, gisteren in Barneveld.’

De overheid heeft de kerk 55 jaar geleden gebouwd voor de Molukse gemeenschap. ,,Daar hebben we toen wel geluk mee gehad”, zegt Harry. ,,Andere migrantenkerken beginnen in een garagebox of bij iemand thuis.”

De eigen kerk is voor de Molukkers heel belangrijk geweest om hun leven hier op te bouwen, vertelt Harry. ,,De mensen die hier kwamen, waren alles kwijt: hun KNIL-status (Koninklijk Nederlands- Indië Leger red.), hun vaderland, hun dorp en hun kerk. Dankzij de kerk hebben we met elkaar onze eigen weg kunnen vinden.”

Dit is het eerste deel in een serie over bijzondere geloofsgemeenschappen in het Noorden.