Waarom stemden de Amerikaanse evangelicals op Trump?

Matthijs Schuurman

Dat Donald Trump verkozen werd als president kwam al als een grote schok, maar dat een groot deel van de evangelicale christenen hem aan de macht hadden geholpen, verbijsterde menigeen. Hoe kan dat nou, gelovigen met zulke hoogstaande ethische principes die een overspelige en vuilbekkende man aan de macht helpen? John Fea, zelf evangelical, zocht het uit.

Toen Trump op 8 november 2016 werd verkozen tot 45e president van de Verenigde Staten, had hij die winst mede te danken aan de grote steun onder evangelicale christenen. 81 procent van hen koos voor Trump, een veel groter percentage dan bij eerdere kandidaten voor de Republikeinse partij.

John Fea, hoogleraar Amerikaanse Geschiedenis aan Messiah College (Grantham, Pennsylvania) en zelf evangelicaal christen, was verbijsterd over de winst van Trump en nog meer over de enorme steun van evangelicale christenen.

In zijn boek Believe Me. The Evangelical Road to Donald Trump gaat hij op zoek naar de redenen voor deze steun. Zijn boek draagt hij op ‘aan de 19 procent’, de evangelicale christenen die Trump niet steunen.

Heilsplan

De ene evangelical is de andere niet. Evangelicals hebben gemeenschappelijk dat ze de Bijbel van kaft tot kaft serieus willen nemen en hebben conservatieve ideeën over abortus en het gezin. Ze geloven ook vaak dat de VS een speciale taak heeft in het heilsplan van God in deze wereld.

Er zijn drie soorten evangelicals die Trump steunen. Allereerst de evangelicals van de Moral Majority en de Christian Right, de beweging die strijdt tegen abortus en voor het traditionele huwelijk, met voorgangers als Robert Jeffress, Jerry Falwell jr. en James Dobson.

Ook heeft Trump de steun van charismatische pinkstervoorgangers. Zij claimen allerlei profetieën over Trump te hebben ontvangen, bijvoorbeeld dat hij een nieuwe Kores zal zijn, de oudtestamentische Perzische koning die het volk Israel liet terugkeren uit de ballingschap. Dat was een profetie die in hun ogen waar werd toen Trump voorstelde de ambassade in Israël naar Jeruzalem te verplaatsen.

Deze charismatische voorgangers geloven dat als alle belangrijke posten in de VS in handen van de christenen zijn gekomen, Christus zal terugkomen naar de aarde. De charismatische pinkstergelovigen steunden eerst Ted Cruz, maar stapten later over op Trump.

Welvaartsevangelie

Daarnaast wordt Trump gesteund door propageerders van het welvaartsevangelie, zoals Paula White. Met een aantal voorgangers had Trump al contact voor hij zich kandidaat stelde als president. Zij kregen in ruil voor hun steun een rol bij zijn inauguratie als president.

Omdat ze geregeld in het Witte Huis mogen komen, worden ze ook wel hofevangelicals (Court Evangelicals) genoemd. De grote vraag is echter of deze hofevangelicals wel invloed hebben op het beleid van Trump of dat zij door hem voor zijn karretje gespannen worden.

De laatste decennia is de invloed van charismatische pinkstergelovigen en aanhangers van het welvaartsevangelie groter geworden. In de ogen van Fea ligt aan de evangelicale steun voor Trump een fatale mix van angst, nostalgie en verlangen naar macht ten grondslag.

Bestaansrecht

Om bij die angst te beginnen: er leeft een diepe angst dat de morele bakens in het land nog meer worden verzet dan onder Obama al is gebeurd. Tijdens het presidentschap van Obama is niet alleen het homohuwelijk mogelijk gemaakt, maar zagen evangelicals ook dat er voor hen geen ruimte meer was om hun eigen opvattingen over homoseksualiteit te uiten. Een bakker die geen taart wilde bakken voor een homostel dat ging trouwen werd veroordeeld.

Christelijke scholen en universiteiten die in beleid tegen homoseksualiteit zijn, zien zich in hun bestaan bedreigd, omdat hun bestaansrecht ter discussie werd gesteld. Vooral de dreiging dat christelijke scholen niet meer kunnen of mogen bestaan, leeft diep, want op deze scholen worden christelijke studenten opgeleid in een christelijke wereldbeschouwing.

Ook zijn de evangelicals bang dat zij niet meer hun eigen normen en waarden mogen hebben over thema’s als huwelijk en abortus. Evangelicals zien in Trump iemand die hen in staat stelt om in de VS hun geloof vorm te geven zoals zij dat zelf graag willen doen.

Afrekening

De verkiezing van Trump is zeker voor de evangelicals een afrekening met het moreel-ethische beleid van Obama. Een belangrijke factor in de verkiezingscampagne was dat de verkozen president nieuwe rechters voor het hooggerechtshof zou mogen benoemen.

In de laatste decennia zagen evangelicale christenen dat de opperrechters zich steeds uitspraken tegen thema’s die voor hen van grote betekenis waren: bijbelstudies en gebed op openbare scholen werden verboden, ruimte om tegen homoseksualiteit en abortus te zijn werd ingeperkt.

Met een nieuwe president was het mogelijk om het hooggerechtshof een conservatievere richting in te sturen. Trump besefte heel goed dat hij de evangelicale steun nodig had om de nominatie voor de Republikeinse partij te winnen. Daarom publiceerde hij tijdens de strijd om de kandidatuur een lijst met namen van personen die hij als hij president was zou benoemen tot opperrechter.

Niet voor de hand

Vanaf het moment dat deze lijst openbaar was, won hij de strijd binnen de Republikeinse partij en kreeg hij ook de evangelicals achter zich. Dat lag namelijk in eerste instantie nog niet voor de hand. Er waren andere kandidaten die meer door de evangelicals gedragen werden. Bovendien lag het niet voor de hand dat de kritische evangelicals Trump zouden steunen, omdat zijn levensstijl en zijn opvattingen niet bij hun idealen pasten. De reden waarom Trump wel de steun won, was dat zij in Trump de enige sterke man zagen die in staat zou zijn de koers van de VS te veranderen.

De evangelicals hebben met Trump wel een probleem: zijn karakter, zijn levensstijl en zijn opvattingen passen niet bij datgene waar de evangelicals voor staan. Dat wringt des te meer, omdat de toonaangevende evangelicals die nu Trump steunen, president Bill Clinton destijds hard hebben aangevallen op zijn affaire met Monica Lewinsky. Zijn gedrag en levensstijl waren niet passend bij het voorbeeld dat een president hoort te geven.

Nu vergoelijken ze Trump: ‘Hij is nog maar net christen.’ Bij deze president gaat het niet om zijn levensstijl maar om de daadkracht die hij toont. Paula White, voorganger van een megakerk met wie Trump al sinds 2002 contact heeft, claimt hem tot Jezus te hebben geleid.

Voor deze evangelicals is de kloof met Obama en Hillary Clinton, die ook christen zijn, voor hun gevoel nog groter dan met Trump. Van Obama wordt betwijfeld of hij wel echt christen is, omdat hij tot een meer liberale kerk behoort.

Wederzijds afkeer

Tussen Clinton en de evangelicals bestaat wederzijds afkeer. Een van de redenen waarom Clinton verloor en Trump zo massaal gesteund werd door evangelicals was dat men van Clinton een beleid verwachtte waarin nog minder ruimte zou zijn voor hun normen en waarden dan onder Obama. Volgens Fea had Hillary Clinton bij geen enkele andere tegenkandidaat de stem van de evangelicals gehad, maar juist bij Trump had ze kans een deel van hen voor zich te winnen. Dat had gekund als ze had aangegeven de zorgen van de evangelicals te begrijpen op de voor hen belangrijke thema’s als abortus, het traditionele huwelijk en de godsdienstvrijheid.

Clinton deed echter geen enkele moeite om toenadering te zoeken tot de evangelicals. Ze had geen enkel begrip voor de worstelingen van de evangelicals en vervreemdde zich nog meer van hen door over de aanhangers van Trump te spreken als een ‘basket of deplorables’: stakkers dus. Ook de rooms-katholieken joeg ze tegen zich in het harnas. Fea had verwacht dat Clinton desondanks zou winnen.

Een dieper liggend probleem is dat evangelicals de VS als een christelijk land zien en dat ze vanaf de Tweede Wereldoorlog de politiek zien als een manier om het christelijke karakter van het land te behouden of te herstellen. In de leus Make America Great Again zien ze de mogelijkheid om het christelijke karakter van de VS te herstellen.

Afro-Amerikaanse gemeenschap

Voor evangelicals hebben de Verenigde Staten een speciale rol in het heilsplan van God. Daardoor is er een mix ontstaan van christelijk geloof en patriottisme, die zelfs tot in de kerkdiensten doorwerkt. Het christelijke verleden van de VS wordt geromantiseerd. De oprichters waren immers protestanten met verlichte ideeën waar evangelicals van zouden gruwen.

Eeuwenlang was er wantrouwen ten opzichte van katholieken, en ook de omgang met de Afro-Amerikaanse gemeenschap is niet voorbeeldig geweest. De suggestie dat de VS een christelijk land is negeert de niet-christelijke minderheden en is bovendien pijnlijk voor de Afro-Amerikaanse gemeenschap.

De Afro-Amerikaanse gemeenschap heeft altijd te maken met het racisme van de evangelicale gemeenschap: nadat de openbare scholen opengesteld werden voor leerlingen uit de Afro-Amerikaanse gemeenschap, richtte men eigen private scholen op om te kunnen segregeren. Deze scholen ziet men bedreigd door het beleid van Obama en Clinton. De grootste universiteit, de Liberty University, is opgericht door Jerry Falwell. Zijn zoon Jerry Falwell jr, die nu deze universiteit leidt, is een trouw supporter van Trump.

Fea is verbijsterd over de steun van zijn medegelovigen voor Trump. Hij vreest dat de poging om via de politiek het christelijke karakter van de VS terug te krijgen op termijn de verkondiging van het evangelie ernstig zal beschadigen. In zijn ogen doen zijn broeders en zusters er beter aan om lokaal geloofwaardige gemeenschappen te stichten, die met woord en daad het evangelie uitdragen.

Ambivalenter verleden

De nostalgie naar wat een veel ambivalenter verleden is dan evangelicals willen geloven – en met duidelijk racistische trekken – kan beter ingeruild worden door de door het christelijk geloof gevoede hoop op een betere samenleving.

Die is te vinden bij de Burgerrechtenbeweging van Martin Luther King en de zijnen. Dat is een hoop die niet via de politiek bereikt hoeft te worden.

Fea gaat de plaatsen na die voor deze beweging belangrijk waren en daar doet hij inspiratie op. Fea ziet de ontwikkeling die hij zelf doormaakt terug bij zijn studenten: een keuze om niet de traditionele culture war te strijden, maar na te denken over de kerk in de marge. Die plaats is voor de kerk geloofwaardiger dan een voet in het Witte Huis.

Ds. Matthijs Schuurman is predikant van de Hervormde Gemeente Oldebroek
Believe Me. The Evangelical Road to Donald Trump. John Fea. William B. Eerdmans Publishing Company Non-fictie.