Inkeer is een hachelijke onderneming

Jacomette de Blois

De vakantie is een tijd waarin veel mensen tijd nemen voor bezinning en ‘dingen op een rijtje zetten’. Geestelijk verzorger Jacomette de Blois schrijft wekelijks over een thema. Deze week: inkeer.

Een aandoenlijk gedicht van Alice Nahon hing fraai gekalligrafeerd ingelijst in vele slaapkamers in de vorige eeuw, en het sierde nog meer poëziealbums.

’t Is goed in ’t eigen hert te kijken
Nog even vóór het slapen gaan,
Of ik van dageraad tot avond
Geen enkel hert heb zeer gedaan

Maar inmiddels is het 2018 en we zijn van hert naar hart gevlogen, van een wereld van avondrust, naar een 24-7 mondiaal continubedrijf. Het zal er vaak om spannen of de partner of de smartphone de laatste blik voor het slapengaan wordt gegund. Maar toch kijken wij in het eigen hart. Eenentwintigste eeuwers zijn zeer zeker bezig met hun binnenkant. Velen gebruiken mindfulness om de overweldigende buitenwereld aan te kunnen. Bladen als Happinez en Flow spreken veel mensen aan.

Maar de binnenkant spreekt wel het hoogste woord, vrees ik. Er wordt zo makkelijk gezegd, ‘luister vooral naar je gevoel, volg je hart en luister naar je lijf. En men verwacht dan dat iedereen meteen hiermee instemt ‘Ja natuurlijk, vanzelfsprekend!’

Binnenkamer

Eerlijk gezegd doe ik dat niet. Ben ik de enige die mijn eigen lijf-en- leden-taal- niet altijd goed verstaat? Ik vang vaak tegenstrijdige berichten op van mijn gemengde gevoelens. Bovendien: of ik me ergens goed bij voel, heeft voor mij niet altijd het laatste woord.

Inkeer is goed en geboden. Ga in uw binnenkamer, kom tot je zelf. In Bijbels perspectief zijn inkeer, om- en toekeer onlosmakelijk met elkaar verbonden. Geen van deze drie begrippen draait om het menselijk ego alleen. Alles staat en valt in de vitale driehoeksverhouding, tussen de Heer, je naaste en jezelf.

Maar inkeer is wel een hachelijke onderneming. Je komt stevige balken tegen in je ziel, terwijl je zo mopperde over de splinters bij die lastige collega’s. Een akelig nauwkeurige meetlat waarvan je dacht dat die uitsluitend voor buitengebruik was (voor andere mensen), neemt jou zelf nu de maat, je kunt er niet om heen.

Je mag en kan jezelf leren kennen bij de gratie Gods. De Heer kent je ten diepste, al je lagen. Hij houdt van je, gelooft in je en hoopt op je. Daarom kun je jezelf onder ogen zien en groeien in diepte, hoogte zo wijd als de wereld. Groeien in het jezelf vergeven, zoals je anderen steeds meer kunt vergeven. Psalm 139 belijdt dat God ons door en door kent dat het begrijpen ons te wonderlijk is en vraagt aan het eind, toets mij of ik niet met alle goede gevoelens en bedoelingen op een heilloze weg ben. Leid mij op de eeuwige weg.

Kort lontje

Een 87-jarige vrijwilliger op mijn werk vertelt in de kring. ‘vroeger had ik een kort lontje. Maar dat is allang opgebrand, nu heb ik een ander lontje en merk dat ik anders kijk en oordeel. Ik leef ook rustiger, meer ontspannen. Ik kan het beter met mezelf vinden, dank zij…’ Hij wijst naar boven.

Een andere vrijwilliger laat zich ontvallen: ‘vanmorgen ben ik maar in het gebed geschoten, ik was zo onrustig van alles!’ ‘En hielp het’, vroeg de vrijwilliger met het andere lontje? Ja, zei ze rustig lachend. ‘Dat was dan een goed schietgebedje’. Maar geen schietgebedje in een vloek en een zucht. Ze vertelt dat ze zomaar ging zitten in de keuken, begon te bidden en stopte met malen en tobben over alles wat zo nodig moest. ‘Ken je het boek Bidden in een theedoek?’, vraagt iemand uit de kring?

Inkeer is schuilen bij de Trooster die ook ín ons woont. Omkeer is thuiskomen bij de Vader. Toekeer is je naaste zien van aangezicht tot aangezicht. Het verhaal van de verloren zoon (Lucas 15) is het verhaal van inkeer, omkeer en toekeer. Het vertelt over de zoon die tot zichzelf komt en bedenkt dat de knechten van zijn vader tenminste te eten hebben. Hij gaat naar zijn vader, en die komt hem tegemoet. Het verhaal eindigt open, komt ook de andere verloren zoon toe aan inkeer en omkeer?