Antwoorden moet je niet door de strot duwen bij nadenken over het geloof

Recensie
Tjerk de Reus

Wie vandaag met ‘buitenstanders’ over het christelijk geloof wil spreken, stuit al snel op bezwaren en tegenwerpingen. Wim Dekker (1950) bekijkt die bezwaren in zijn nieuwe boek: Verbonden en vervreemd.

Een van de boeiendste terreinen voor de theologie is het grensvlak van kerk en cultuur. Niet alleen voor de theologie trouwens, maar ook gewoon voor mensen die zich afvragen: wat zou mijn geloof kunnen betekenen voor mensen die er ‘niets mee hebben’?

Kerk en geloof lijken steeds vreemder voor de hedendaagse cultuur. Je hebt dus een vertaalslag nodig, maar hoe maak je die? Wim Dekker, voorheen werkzaam bij de missionaire organisatie IZB, is bijna zijn hele leven bezig geweest met deze kwestie. Hij publiceerde in 2011 het uitdagende boek Marginaal en missionair, dat veel reactie opriep en diverse keren werd herdrukt.

In datzelfde jaar promoveerde hij op een studie over de ervaring van de afwezigheid van God in onze cultuur. Het gaat hem erom, in deze en andere publicaties, dat we blijven proberen God ter sprake te brengen. Dat is ook het doel van zijn nieuwe boek, Verbonden en vervreemd. Hiermee voltooit Dekker zijn trilogie, waar naast Marginaal en missionair ook Tegendraads en bij de tijd (2015) bij hoort.

Zoekend op weg

Wie al eens iets van Wim Dekker las, zal veel herkennen in dit nieuwe boek. De auteur is iemand die het gewicht voelt van tal van vragen en zoekend op weg gaat, gaandeweg inzichten formulerend. Omdat Dekker al zoveel geschreven heeft, krijg je bij dit nieuwe boek gemakkelijk de indruk dat het, oneerbiedig gezegd, meer van hetzelfde biedt. Dat is zeker ook het geval. Dekker begint op een gegeven moment zichzelf te citeren uit vorige boeken. Hoe erg dat is, valt nog te bezien. Want het is ook een boek met een eigen karakter, waarin de rede van Paulus op de Areopagus centraal staat, in elf hoofdstukken. Dekker legt de focus bij kernthema’s van het christelijk geloof, die hij relateert aan hedendaagse vragen. Zo gaat het over de uniciteit van God en de multiculturele samenleving en over de relatie van alle mensen met hun Schepper. Maar ook over het oordeel en de weerzin die dat oproept in onze cultuur, over het kruis van Jezus dat vervreemding oproept en over de moeilijke notie van gezag en over nog veel meer.

De denkbeweging die je Dekker steeds ziet maken, gaat van herkenning en verbondenheid naar vervreemding. Dat klinkt een beetje cryptisch, maar het komt hierop neer: er is alle reden om hedendaagse ervaringen van mensen serieus te nemen, bijvoorbeeld het ongemakkelijke gevoel dat je kunt krijgen bij het idee dat iemand zou zijn opgestaan uit de dood. Of de weerzin bij het christelijke idee dat God mensen oordeelt. Of de centrale plek van het kruis: waarom een God die sterft?

Dekker wil met herkenning daarbij aansluiten, ook trouwens bij tal van positieve ervaringen die mensen hebben over de betekenis van hun leven – maar hij wil tegelijk het eigene van het christelijk geloof ter sprake brengen. En dat geloof is ergens, uiteindelijk, toch iets vreemds en aanstootgevends. Dit laatste wil Dekker zeker niet onder het tapijt schuiven. Maar als het kan, zou hij mensen wel aan de hand willen meenemen, op weg naar een dieper begrip van het mysterie dat God zich in Jezus laat kennen. Bij alle vervreemding die je erbij kunt hebben, is het evangelie in de grond van de zaak een verhaal van bevrijding en hoop.

Breedte

De opstanding uit de dood, om een voorbeeld te geven, is voor Dekker niet een geloofsartikel dat door de strot gedrukt moet worden. Hij kijkt liever naar de breedte van de Bijbel, van Oude en Nieuwe Testament, om daar te zien hoe de verwachting van Gods rijk aan de orde is. God gaat zijn weg door de geschiedenis en die weg is grotendeels volstrekt onbegrijpelijk, maar de kern van de Bijbelse boodschap mikt op herstel, op recht en gerechtigheid. Dat houdt dus in dat er meer is dan wat wij aan feiten voor ogen zien: er is iets gaande dat we niet in de greep krijgen.

Dekker meent, dat mensen vandaag goeddeels in een ‘gesloten werkelijkheid’ leven, maar tegelijk ervaren zij dingen die dit overstijgen: vreugde, zinervaring, hoop, medemenselijkheid. Met het oog hierop kan gesproken worden over de kern van het christelijke besef dat uiteindelijk ook de dood niet het laatste woord heeft.

Dekker heeft niet ‘de’ oplossing voor de vraagstukken die hier aan de orde zijn. Maar hij heeft wel het vermogen om de vragen goed op tafel te leggen. Hij is voorbij aan de oppervlakkigheid dat ‘we het ook niet weten’ of ‘dat God toch liefde is’. Hij peilt hedendaagse ervaringen en maakt werk van de eigenheid van het christelijk geloof, met een open oog voor de geloofstraditie als bron van zinvol nadenken over God. Dat maakt dit boek relevant voor wie zich bezint op de grote vragen en niet met een kluitje in het riet wil worden gestuurd.

Verbonden en vervreemd. Over de God van Paulus op de Areopagus. Wim Dekker, Boekencentrum. 18,99 euro