Kardinaal Eijk, hoort het niet tot de leer van de kerk om niemand uit te sluiten?

Peter Vermaat

Kardinaal Eijk baarde deze week opzien met zijn publicatie waarmee hij zich mengde in de heftige discussie over intercommunie in Duitsland. Aanleiding voor een open brief van een oudmedewerker in het noordelijke bisdom.

Geachte kardinaal, Beste Wim, ik ben een beetje verbaasd over je opiniestuk op internet. Daar jezelf het publieke domein voor het debat hebt opgezocht, voel ik mij genoodzaakt dit ook te doen. Niet reageren zou de indruk kunnen wekken dat jouw stuk geen vragen oproept. Bij mij is dat echter wel het geval. Ik heb ze samengevat in tien punten – voor een open discussie. 1. De monnik Benedictus (480- 547) schrijft in zijn Regel dat als je het niet eens bent met je overste je dat niet buiten de geloofsgemeenschap moet gaan rondbazuinen. Bij mijn weten is dit traditie! Sinds wanneer is het de gewoonte om je meerdere in het openbaar af te vallen? 2. Leg je door je optreden geen tijdbom onder het gezag van de Rooms-Katholieke Kerk? Is het niet gebruikelijk dat priesters en anderen bij benoemingen of aan de vooravond van Witte Donderdag de eed van loyaliteit afleggen aan hun bisschop? Wat stelt dit voor als jezelf op deze wijze die loyaliteit naar jouw bisschop (die van Rome), de paus, ondermijnt? 3. Sinds wanneer is het traditie dat een bisschop zich bemoeit met het pastorale beleid van een andere kerkprovincie? In dit geval de Duitse R.-K. Kerk. Sinds wanneer is het de gewoonte om van buiten af een pastoraal proces te verstoren, dat nog gaande is? Zaai je hiermee geen twijfel en onrust? Is de pastorale richtlijn van de paus – probeer er samen uit te komen – niet heel duidelijk? 4. Is je inzet niet wat al te fors?

Retorische overdrijving

Spreken over ‘een afdrijven in de richting van afvalligheid van de waarheid’ komt bij mij over als een retorische overdrijving. Is dat je bedoeling? Bovendien, wat versta je onder waarheid? Het waarheidsbegrip wordt inzake religie op vijf verschillende wijzen gebruikt. Mijn vraag is: wat wil je hier eigenlijk zeggen? 5. Is het niet de traditie van Christus om uit te zijn op vrede en verzoening? Een dergelijke houding bespeur ik bij de pastorale aanpak van de paus. Alleen de leer herhalen lost de pastorale nood niet op. Mag ik vragen hoe jij de pastorale nood, die er wel degelijk is, tegemoet wilt treden? Is er geen sprake van een categoriefout door alleen maar de leer van de kerk de mensen in geval van nood voor te houden? Overigens, hield Jezus niet, volgens het evangelie van Lucas, nog een laatste avondmaal met zijn verrader Judas?

Is dat niet de dialoog blijven zoeken tot het uiterste? Is dat ook geen Heilige Schrift en Heilige Traditie? 6. Het begrip transsubstantiatie, waar jij je op beroept, is een middeleeuws begrip. Maar het substantiebegrip is in de loop van de tijd veranderd.

Wat bedoel je precies met lichaam van Christus? En hoe verhoudt zich de aanwezigheid van Christus in het brood tot zijn feitelijke historische afwezigheid? Is het niet zinvoller om het debat over het substantiebegrip te heropenen dan om oude begrippen klakkeloos te herhalen? Of om het in gewoon Nederlands te zeggen: de substantie van brood blijft volgens het hedendaagse substantiebegrip gewoon brood. Alleen noemde de middeleeuwer wat wij nu substantie noemen, toen accidentalia. Een decreet van het Concilie van Trente (1545- 1563) citeren is toch geen antwoord op een pastorale vraag van vijf en een halve eeuw later, of wel soms?

Kortom, wordt het geen tijd de theologie te actualiseren, zodat gelovigen weten waar het over gaat? 7. Je citeert met name het Kerkelijk Wetboek en de Catechismus.

Ernstige nood

Maar in die teksten staat ook dat er anders gehandeld kan worden in geval van ernstige nood. Is het verengen van deze nood tot sterfgevallen, zoals jij doet, geen minimalistische interpretatie? Laat deze bepaling bovendien niet zien dat de leer, die jij zo helder noemt, niet zo helder is? Betekent het immers niet dat als er uitzonderingen mogelijk zijn, deze leer daarmee impliciet wordt gerelativeerd? Blijkt dat ook niet uit de praktijk? Zijn er niet altijd toenaderingspogingen geweest zoals bij de uitvaart van paus Johannes Paulus II op 8 april 2005 waarbij kardinaal Ratzinger, de latere paus Benedictus XVI, Roger Schutz, de calvinistische voorman van Taizé de communie gaf? 8. Hoort het ook niet tot de leer van de Rooms-Katholieke Kerk om niemand uit te sluiten? Zocht Jezus zelf niet juist de zondaars op? En is niet de zonde tegen de Heilige Geest – die waait waar Hij wil en blijkbaar ook onverwachte dingen kan initiëren – de enige die niet vergeven kan worden? 9. Is je hartenkreet aan het eind van je schrijven – waarin je spreekt van godsdienstig bedrog – wel zakelijk?

Is het niet verstandiger deze teksten in hun context te bekijken in plaats van ze te gebruiken als een emotionele uithaal naar paus en mede-bisschoppen? 10. Tot slot, zijn de uitnodigingswoorden bij de communie niet ‘Zalig zij die genodigd zijn aan de maaltijd des Heren’? Is dit niet het zogenaamd goddelijk passivum?

Betekent dat niet dat het niet een bisschop is, maar uiteindelijk de Heer zelf die nodigt wie ter communie kunnen gaan? Hoort dat ook niet bij de Heilige Schrift en Heilige Traditie?

Het zijn maar wat vragen die jouw schrijven bij mij oproept.

Hartelijke groet, Peter Vermaat

Peter Vermaat is oud-medewerker van mgr. W.J. Eijk en woont in Slappeterp. Hij was als bisschoppelijke gedelegeerde op diverse terreinen werkzaam in het bisdom. Van februari 2001 tot november 2007 onder de toenmalige bisschop van Groningen- Leeuwarden.