Christelijke jeugd: liever bidden dan Bijbellezen

Wybe Fraanje

Bidden lijkt populairder onder christelijke jongeren dan Bijbellezen. Dat blijkt uit onderzoek van de Evangelische Hogeschool onder duizendjongeren van 16 tot 22 jaar naar hun persoonlijk geloofsleven.

De resultaten werden vorige week gepresenteerd op het symposium De moed om volwassen te zijn in Amersfoort.

Onderzoeker Jeanine Hogendoorn enquêteerde en interviewde jongeren in examenklassen op protestants- christelijke, evangelische en reformatorische middelbare scholen.

Twee derde van de ondervraagden geeft aan dagelijks te bidden, terwijl 40 procent dagelijks de Bijbel leest. In interviews naast de enquête gaven jongeren aan dat ze niet goed weten waar en hoe te beginnen als ze willen Bijbellezen, en niet goedweten wat ze met de gelezen gedeelten aanmoeten.

Sommigen noemden Bijbellezen saai, anderen zeiden er geen tijd voor te hebben.

Gezin

Directeur Els van Dijk van de EH onderschrijft de constatering van de onderzoeker dat deze percentages onverklaarbaar hoog liggen. ,,Zulke hoge percentages zien wij niet onder onze EH-studenten, wat toch gemotiveerde christelijke jongeren zijn. Je kunt je afvragen in hoeverre de scholieren sociaal wenselijke antwoorden hebben gegeven.” 81 procent van de jongeren zegt dat het geloof een belangrijke plaats in het gezin inneemt. Bij 72 procent wordt thuis dagelijks uit de Bijbel gelezen en bij 53 procent wordt thuis samen hardop gebeden.

Jongeren die van huis uit hebben meegekregen dat er dagelijks uit de Bijbel wordt gelezen en dat er hardop wordt gebeden, geven vaker aan zelf ook dagelijks Bijbel te lezen en te bidden.

Geloofspraktijk in het gezin bepaalt sterk hoe jongeren het geloof zelf praktisch vormgeven, concludeert Van Dijk. ,,Ouders hebben een niet te onderschatten voorbeeldfunctie.

Als er thuis nooit hardop gebeden wordt, hoe weet je dan wat je tegen God moet zeggen?”

Geen partij

Twee derde van de jongeren geeft aan met vragen over het geloof liever naar de dominee of jeugdleiding te gaan dan naar hun ouders. ,,Dat is logisch”, weet Van Dijk. ,,Sommige dingen bespreek je nu eenmaal liever met iemand die geen partij is.”

Ernstiger is wat Van Dijk betreft dat uit het onderzoek ook blijkt dat 39 procent van de jongeren zegt dat hun ouders geen idee hebben van wat hen bezighoudt. ,,Dat kan met sociale media te maken hebben. Iedereen zit met zijn eigen oortjes in.”

Een deel van het onderzoek richtte zich op de invloed van sociale media op weerbaarheid, identiteitsvorming en (zelf)acceptatie onder de jongeren.

Het beeld dat naar voren komt is dat veel jongeren onzeker zijn over zichzelf en het belangrijk vinden wat de buitenwereld van hen vindt. ,,Dat voortdurende aftasten van de omgeving: doe ik het wel goed? Dat is een van de ziektes van deze tijd.” 20 procent van de ondervraagden noemt zichzelf verslaafd aan sociale media. Een derde van de respondenten is het niet eens met de stelling ‘Ik ben blij met wie ik ben’. 40 procent geeft bovendien aan vaak onzeker te zijn over zichzelf. Weerbaarheid en opkomen voor jezelf blijkt voor een kwart tot een derde van de ondervraagden een lastig thema. ,,In de wereld móét je de beste zijn, móét je gelukkig zijn. Daar doen wij als christenen massaal aan mee. Soms denk ik: wat is er toch gebeurd in de kerk? Uniek zijn is niet meer fijn. Er lijkt niets meer over van originaliteit.”