Priester Antoine Bodar geeft inkijkje in de diepten van zijn depressie en ziel

Recensie
Hanneke Goudappel

Bijna 20 procent van de volwassenen in Nederland krijgt ooit in het leven te maken met een depressie. Toch is er nog veel onbegrip over. Priester Antoine Bodar (72) geeft in Droef gemoed een waardevol inkijkje in zijn ziel.

Zo’n 5 procent van de volwassenen maakt jaarlijks een depressieve episode door. Oftewel: 546.500 mensen, aldus het Trimbos Instituut. ‘Depressie wordt nu wel volksziekte nummer één genoemd’, zegt Bodar in het boek Droef gemoed, dat zaterdag in werd gepresenteerd in de Abdij van Berne. De priester vraagt zich af waarom depressie tegenwoordig zo wijd verbreid is. ‘Komt dat doordat hier inmiddels de hele maatschappij vatbaar voor is, omdat we allemaal proberen te leven als scepticus, als agnosticus? Ik bedoel dat iedereen probeert te leven zonder echt hoop te hebben. Is het niet juist typerend voor onze tijd dat wij leven zonder hoop? Je hoopt op je vakantie, of dat je kindje goed ter wereld komt – dat tweede ís natuurlijk heel belangrijk. Maar het gaat om de vraag wat verder het perspectief is.’

Liever dan depressie gebruikt Bodar het woord melancholie. ‘Depressie is een containerbegrip. Het betekent van alles en daardoor betekent het ook helemaal niets. Het is een modewoord geworden’, stelt hij.

Groepen

Wat de definitie van depressie betreft sluit de priester en kunsthistoricus zich aan bij de indeling van psychiater Paul Kielholz (1916-1990) uit Bazel. Hij onderscheidt drie grote groepen depressies: (1) een lichamelijk bepaalde depressie, (2) een depressie die van binnenuit komt en ook erfelijk is en (3) depressies die voortkomen uit neuroses, conflicten, verdrietige gebeurtenissen of uitputting. Tot die laatste groep behoort hijzelf, meent Bodar.

Droef gemoed is geen handboek tegen depressie, maar een weerslag van gesprekken die journalist Nels Fahner met Antoine Bodar voerde in de abdij Sint Benedictusberg te Vaals.

Op zijn 21e kreeg Bodar voor het eerst een depressie. Hij was ervan overtuigd dat hij beter dood kon zijn. ‘Dan ben je opgeruimd. Dan heeft niemand meer last van je.’ Dat soort gedachten had Bodar al vanaf zijn kinderjaren. Als kleuter vroeg hij aan mijn moeder: ‘Waarom leven we eigenlijk? Waarom zijn we er?’ Al vanaf zijn zesde, zevende had hij een bepaalde aanleg tot zwaarmoedigheid, verwoordt hij.

Levensvervulling

Bij een zeker evenwicht is dat wel vol te houden, meent Bodar. Maar dat was weg rond zijn twintigste. Hij was met zijn ouders ‘niet in goeden doen’. Hij had zijn priesterroeping begraven, want ‘was te dom gebleken’. Daar kwam nog bij dat hij het moeilijk had met het feit dat hij op mannen viel. Een poging tot suïcide door middel van pillen, mislukte. Hij deed er meer dan een jaar over om ‘terug te komen in het leven’, vertelt hij. Langzaam ging het beter. ‘Ik zei tegen mijzelf: iedereen kan de boom in, ik ben van school gestuurd, maar ik kan wel proberen om staatsexamen gymnasium te doen.’ Dat lukte en hij kon een studie beginnen. ‘Daarmee had ik een levensvervulling. Sindsdien ben ik eigenlijk nooit meer opgehouden met studeren.’

Ondanks die levensvervulling kwam Bodar ruim dertig jaar later, in 1996, opnieuw in een depressie terecht. Hij doceerde in Leiden en was inmiddels ook priester geworden – zijn diepste levensvervulling. ‘Dit werd het fundament van mijn leven en ik denk dat ik daardoor de depressie ook beter kon hanteren.’

Ook aan deze depressie lagen meerdere zaken ten grondslag. Alles bij elkaar optellend was het een kwestie van ‘geen evenwicht meer kunnen houden en overbelast geraakt zijn’, blikt hij terug op deze periode die tot 2002 duurde. Bodars twee depressies zijn geen eilanden, zegt hij. ‘Het gaat om iets wat continu aanwezig is. Je moet altijd zorgen dat er een evenwicht is. Dat geldt tot op de dag van vandaag. Nu weet ik alleen beter wanneer dat evenwicht er kan zijn.’

Tips

Het belang van evenwicht houden komt vaker terug in het boek. Bodar geeft praktische tips voor wie de aanleg voor zwaarmoedigheid herkent. ‘Zorg dat je voorzichtig blijft. Je moet jezelf niet te zeer uitputten, geen zaken boven je kracht aanpakken. Want als je jezelf te zeer beproeft, komt daarna de weerslag.’

Hij heeft geleerd om een regelmatig leven te leiden, ook als het van binnen ‘duister’ is. ‘Je moet je ook weer niet een te hoge plicht opleggen. Ik kan wel elke dag om zes uur willen opstaan, maar ik weet dat mijn lichaam beter functioneert als ik om acht uur opsta. Je moet dus zeer goed luisteren naar je lijf, zodat je door het ritme van de dag wordt geholpen om stabiel te blijven.’

Antoine Bodar beschrijft hoe het geloof, vriendschap, kunst en zelfs de dood bronnen van troost voor hem zijn te midden van depressie. Het is troostrijker in God te geloven dan niet in God te geloven, meent hij. ‘Dat heeft te maken met dat perspectief, die metafysische dimensie waar ik het over had. God is bij ons, hij leeft in ons, maar ook boven ons. Hij is ook meer dan wij. Dat geeft mij troost. Je kunt je namelijk overgeven. Met God leven is de hoogste troost.’

Sterk en zwak

‘Je moet er niet mee naar buiten komen, dat doen priesters niet.’ Dat zei een hooggeplaatste geestelijke tegen Antoine Bodar over diens depressie. Voor Bodar was het een belangrijke reden om het juist wel te delen. Eerder schreef hij erover in het Katholiek Nieuwsblad. ‘Waarom moet ik hier de sterke persoon uithangen, terwijl ik dat helemaal niet ben? Ik ben misschien op bepaalde momenten wel sterk, maar ik ben ook zwak. Ik vond dat ik me er niet voor moest schamen om dat te vertellen.’

Met Droef gemoed krijgt de lezer een inkijkje in de zwaarte van leven met depressie. Toch is het geen droef boek, doordat Bodar een andere kant belicht. Hij ervaart het als positief dat depressie samenhangt met melancholie, met Sehnsucht, met heimwee. ‘Dat heeft allemaal te maken met het feit dat degene die deze aanleg heeft, ook een diep verlangen heeft naar de eeuwigheid, naar de Eeuwige, naar het absolute.’

Droef gemoed. Nels Fahner in gesprek met Antoine Bodar over depressie. Meinema, 9,99 euro.