Een interessant, integer en vaak ook verrassend gesprek met geloofssceptici

Recensie
Tjerk de Reus

Veelschrijver Keller keert in zijn nieuwe boek terug bij waar het allemaal begon: het gesprek met andersgelovigen, randgelovigen en atheïsten. De titel is veelzeggend: Bij je volle verstand.

De aandacht van Tim Keller, predikant en schrijver, is breed uitgewaaierd sinds hij in 2008 grote bekendheid kreeg als auteur van In alle redelijkheid (oorspronkelijke titel: The Reason for God). Keller publiceerde in de jaren daarna over sociale gerechtigheid, over het lijden, over het huwelijk, over diverse Bijbelboeken en onlangs nog over Kerstmis.

Hoewel je bij Keller bijna altijd wel het een en ander tegenkomt over de hedendaagse cultuur en het moderne denken, moest je toch echt bij In alle redelijkheid zijn om hem rechtstreeks in gesprek te zien met randgelovigen en atheïsten. Maar nu is er een vervolg op dat tien jaar oude boek verschenen, getiteld: Bij je volle verstand, met als ondertitel: Een uitnodiging voor sceptici.

Bij je volle verstand is een tamelijk omvangrijk boek: het telt vierhonderd bladzijden, waarvan zo’n honderd zijn besteed aan voetnoten. Het geheel maakt dus een studieuze indruk. En terecht, want Keller brengt hier veel ‘denken’ in het spel. In zijn meer Bijbels-georiënteerde boeken is zijn stijl mediterend, gericht op een persoonlijke toepassing, hoewel de denker in Keller altijd actief is.

De juiste vragen

Maar in Bij je volle verstand gaat het hem voluit om analyse en argumentatie, om de juiste vragen stellen, om filosofische en culturele achtergronden en dergelijke zaken meer. Bij je volle verstand zal voor veel mensen een prima leesbaar boek zijn, maar als je eraan begint moet je je realiseren dat je voortdurend bij de les moet blijven om de docerende Keller te kunnen volgen.

De Keller die je in dit boek tegenkomt is op de keper beschouwd een zeer redelijk mens, op een sympathieke manier. Hij legt steeds precies uit wat hij bedoelt, hij bespreekt tegenwerpingen en zet keurig op een rijtje wat de conclusies zijn. Tegelijk maakt hij een tegendraadse indruk, waarschijnlijk ook in de Amerikaanse cultuur, maar zéker in de onze. Hij zegt zonder blikken of blozen dat hij hoopt ‘aan te tonen’ dat het christelijk geloof ‘in emotioneel en in cultureel opzicht het meest logisch is’ en dat het onze ervaringen van betekenis, vrijheid, identiteit en hoop ‘het meest overtuigend verklaart’.

Met andere woorden: hij knoopt aan bij basiservaringen van mensen, dus ervaringen die we allemaal herkennen, en dan stelt hij de vraag hoe je die ervaringen kunt verklaren. Zijn punt is steeds dat de seculiere verklaring tekortschiet, mistig is of gewrongen, terwijl het christelijk geloof juist aan dergelijke ervaringen beantwoordt, erop aansluit of ze zinvol maakt. Het christelijk geloof, schrijft Keller zelfbewust, geeft ons ‘ongeëvenaarde instrumenten in handen om aan deze onvermijdelijke menselijke behoeften tegemoet te komen’.

Zingeving

Een voorbeeld kan duidelijk maken hoe Keller de zaken aanpakt. Hij zoomt bijvoorbeeld in op de vraag naar zingeving van het leven. Hoe ervaren wij de zin van het leven? Vroeger bepaalde een algemeen geaccepteerd geloofskader welke manier van leven zinvol was en waar het leven voor diende. Na de Verlichting en latere culturele ontwikkelingen vinden we: we bepalen zélf de betekenis en de zin van ons leven. Er is geen dragend groot verhaal, de bezieling halen we daarom uit onszelf. Bijvoorbeeld: ik kies ervoor om mijn leven in dienst te stellen van het groene ideaal, ik word milieu-activist.

Keller heeft alle waardering voor morele bezieling van mensen, maar het idee dat de zin des levens iets van eigen makelij is, vindt hij problematisch. Is het niet erg willekeurig en houdt het wel stand? Jij kan wel ‘het verschil’ willen maken door je leven op een bepaalde manier te ‘ontwerpen’, maar welk verschil maak je dan eigenlijk, als je louter seculier wilt denken? Keller: ‘We hebben de zin van het leven gedefinieerd als ‘een verschil maken’, maar vanuit het seculiere standpunt bezien heeft het universum daarin het laatste woord: niets maakt werkelijk het verschil.’

Met als gevolg dat de wanhoop gemakkelijk toeslaat, en dan verandert idealisme op basis van je persoonlijke gevoelens opeens in cynisme. Wat we nodig hebben, citeert Keller een Harvard-filosoof, is ‘toewijding aan iets buiten onszelf om ons leven draaglijk te maken’. Het is karakteristiek voor Kellers benadering dat hij beargumenteert dat de toewijding aan iets wat ons te boven gaat, zoals het christelijk geloof dat verkondigt, per saldo redelijker en duurzamer is en bovendien meer tot verbinding tussen mensen leidt.

Uitleg

Vrijwel steeds monden de hoofdstukken uit Bij je volle verstand uit in uitleg over het christelijk geloof. Dat doet Keller helder en in verbondenheid met de geloofstraditie, van Augustinus tot C.S. Lewis. De manier waarop hij dit doet kan voor lezers die minder hebben met ‘waarheden’ en meer met verhalen en metaforen soms overkomen als wat bruusk. Maar moeilijk kan ontkend worden dat Keller hier met verve het waagstuk van de communicatie aangaat. En ook als hij voor een bepaalde lezersgroep te orthodox is, kun je toch veel van hem opsteken als het gaat over de seculiere cultuur en over het DNA van de moderniteit. Daar doet hij niet alleen zelf beweringen over, hij geeft seculiere intellectuelen graag zelf het woord, zoals de bekende Thomas Nagel: ‘Het zou helemaal niet uitmaken als jij nooit bestaan zou hebben. En nadat je opgehouden bent te bestaan, maakt het helemaal niet meer uit dat je ooit bestaan hebt.’

Over dit type overtuigingen voert Keller met sceptici een interessant, integer en vaak ook verrassend gesprek.

Bij je volle verstand. Een uitnodiging voor sceptici. Tim Keller. Uitgeverij Van Wijnen, 19,95 euro