Bisschop: Fier tonen waar we voor staan

Interview
Lodewijk Born

Mgr. Ron van den Hout (53) trad 3 juni van dit jaar aan als nieuwe bisschop van het bisdom Groningen-Leeuwarden. Hij kijkt terug op zijn eerste half jaar – eerst maar eens luisteren, dat nieuwe beleid komt later wel – en blikt ook vooruit naar wat zijn negentien parochies te doen staat. Géén monumenten in stand houden, maar proberen ,,de Geest weer volop te laten waaien”. Een persoonlijk gesprek met een bezielde aanpakker.

Cornelis Franciscus Maria van den Hout, zo staat hij vermeld in het doopregister. Geboren op 11 november 1964 in Tilburg – een zoon van het Zuiden. Hij groeide op in Diessen, een dorp dat tegenwoordig onder de gemeente Hilvarenbeek valt. Een katholieke gemeenschap die nu ruim 3500 inwoners telt, bekend van de Sint-Willibrorduskerk uit de vijftiende eeuw, het Heilig Hartbeeld (1926) van Jan Custers en de Mariakapel aan de Echternachstraat. Als er één duidelijk verschil is tussen het protestantse Noorden en het katholieke Zuiden is dát het wel. ,,Het zichtbare religieuze leven in de publieke ruimte met kruis- en mariabeelden en devotiekapellen. Het hoort er gewoon bij.” Hier, in het Noorden, heeft Van den Hout zich verbaasd over de sporadisch voorkomende katholieke kerken. ,,Daar horen dan een heleboel dorpen bij waar een enkele katholiek woont.”

Van den Hout groeide op in een ,,gewoon positief katholiek gezin”. Op zaterdag ging men gezamenlijk naar de avondmis, zodat de zondag vrij was ,,voor uitjes en het samenzijn met de familie”. Er werd aan tafel gebeden, en het Wees gegroet en Onze Vader bidden werd een tweede natuur. ,,Op een gegeven moment in je jeugd merk je bij jezelf weleens dat je eigenlijk nog steeds teruggrijpt op dat kinderlijke gebed dat je vroeger bad voor het slapen gaan.” Hij heeft een broer en een zus – die beiden sinds hun achttiende niet meer zo kerkgaand zijn. Hij bleef zelf wel altijd gaan, ook omdat het een vertrouwd gevoel gaf en vastigheid. Een zekerheid des geloofs. Dat in de wijdingsplechtigheid in juni in Groningen Psalm 18 klonk, (‘Heer, U heb ik lief, mijn sterkte zijt Gij’), kan geen toeval zijn.

Zijn beide ouders kwamen van een agrarisch bedrijf, maar zijn vader werd automonteur. ,,Die lag altijd te sleutelen onder auto’s en aan brommers.” Voor Van den Hout geen olie en vet aan de handen, maar het groen van de kassen. Vanaf zijn veertiende werkte hij tijdens vakanties en zaterdagen bij een oom op een tuinbouwbedrijf. ,,In de tomaten; bladplukken, dieven, indraaien, trillen.” Hij denkt er met veel plezier aan terug. De tuinderij was de plek waar hij ,,leerde werken en aanpakken”. Een arbeidsethos dat hij nooit meer kwijt zou raken.

Weggestopt

Na het atheneum ging Van den Hout naar de Hogere Agrarische School in ’s-Hertogenbosch. Het leek er nog altijd op dat dat zijn toekomst zou worden, maar op zijn 21e – hij zat toen in het vierde jaar van de hogere tuinbouwschool – dacht hij terug aan dat verlangen dat er al was op de lagere school. ,,Ik wilde priester worden.” Eigenlijk had hij het een beetje weggestopt. ,,Ik ben naar de pastoor gegaan en ik heb het met hem gedeeld. Vervolgens heb ik het ook aan mijn ouders verteld. Die schrokken zich kapot. Ze hadden álles verwacht, maar dit? Priester? Dat ik om een lening zou komen vragen om een eigen tuinbouwbedrijf te kunnen beginnen, dat was iets waar mijn vader eerder op gerekend had…” Zijn ouders wisten ook wel dat het geen zin had te proberen om hun zoon op andere gedachten te brengen. Dus begon Ron van den Hout, na het voltooien van de hbo-studie, als priesterstudent aan het seminarie Sint-Janscentrum in Den Bosch, dat onder leiding stond van rector Antoon Hurkmans – die later bisschop zou worden. ,,Mijn ouders moesten wennen aan het idee, maar toen ze zelf zagen hoe ik genoot van de studie hebben ze me ook helemaal gesteund in mijn keuze.” Dat is altijd een kernmerk geweest van hoe zijn ouders in het leven stonden. ,,Als hun kinderen iets deden waar zij gelukkig van werden, had dat ook hun zegen.”

Thuiskomen

Hij ervoer de studie als een thuiskomen. Na zijn priesterwijding op 5 juni 1993 door mgr. Ter Schure studeerde Van den Hout twee jaar in Rome, de thuisbasis van het Vaticaan. Hij woonde in het Nederlands College samen met priesters uit onder meer India, Nigeria, Kameroen en Indonesië en zag toen al dat de ,,wereldkerk niet Rome is” maar dat de Rooms-Katholieke Kerk een gemeenschap van gelovigen is die verspreid is over alle continenten. Met veel verschillende varianten van geloofsbeleving.

Als theoloog ontwikkelde hij een grote liefde voor het Oude Testament, Hebreeuws en Judaïca. Hij is beslist niet de nieuwe Bonifatius die in het Noorden is neergestreken. ,,Missionaire drang heb ik nooit gehad”, zegt hij stellig. Nee, de bisschop van het noordelijk diocees (de vijfde sinds 1956) typeert zichzelf liever als ,,een man van de gewone pastorale praktijk”. Toen hij als vicaris-generaal werkzaam was in het bisdom ’s-Hertogenbosch viel Van den Hout in het weekend vaak in bij parochies waar geen priester beschikbaar was om de heilige mis te doen. ,,Ik vond dat niet meer dan normaal.” Vanuit die vanzelfsprekendheid deed hij hetzelfde onlangs op een zondag in de katholieke parochie van Ens (in de Noordoostpolder). ,,Ik kwam daar en ze waren er helemaal beduusd van. Er werd heel wat ophef van gemaakt ‘dat de bisschop kwam om in de mis voor te gaan’. Terwijl ik me er helemaal niet zo bewust van was dat zoiets bijzonder is. Maar ze zeiden: ‘Een bisschop die komt preken en de liturgie verzorgt, dat maken we hier echt nooit mee…”

Van den Hout is in zijn preken en in persoonlijk gebed ,,steeds op zoek naar de zich openbarende God”. Dat is voor hemzelf vaak een mysterie. Want hoe weet je bijvoorbeeld dat je door God geroepen wordt tot het ambt van priester, om te werken in Zijn dienst in de kerk? Als hij die vraag krijgt, blijft het stil. ,,Het is een geheimenis. Je kunt het niet uitleggen…” Roeping is het en aan die roepstem van God gaf Van den Hout ook weer gehoor toen in maart van dit jaar de pauselijke nuntius Aldo Calvalli op de stoep stond. Die bracht de boodschap van paus Franciscus mee dat die de Brabander tot bisschop van Groningen-Leeuwarden had benoemd. ,,Dan kom je nog met allerlei tegenargumenten. Dat ik dat gebied helemaal niet kende, de mensen niet, enzovoorts. Maar je weet: er is maar één antwoord mogelijk… Ja.”

Warm ontvangen

Vanaf dag één werd de opvolger van bisschop Gerard de Korte warm ontvangen in het Noorden. ,,Ik voel me hier erg welkom. In de afgelopen maanden heb ik alle negentien parochies bezocht. Daar trok ik steeds een dag voor uit. Ik ontmoette dan de parochiebesturen, het pastoraal team, maar ging ook bij ondernemingen langs, scholen en bijvoorbeeld bij agrarische bedrijven.” Hij heeft gemerkt dat er veel enthousiasme is in de lokale parochies. ,,Je merkte ook wel dat ze blij waren dat er weer een bisschop was nadat die plek een jaar vacant was geweest. Dan blijven er toch dingen liggen en worden dossiers en beslissingen vooruitgeschoven.” Van den Hout schetst de grote diversiteit tussen parochies. In Friesland heb je bijvoorbeeld echte oude ,,katholieke enclaves” zoals Bakhuizen, Roodhuis, Sneek en Bolsward, maar ook jonge katholieke gemeenschappen als Drachten en Gorredijk.

Wie hem vraagt wat de toekomstplannen zijn voor het bisdom Groningen-Leeuwarden krijgt een antwoord in het Latijn. ,,In primo anno nihil innovetur. ‘Men verandere in het eerste jaar niets’, zo luidt een tip die iedere pastoor vroeger al meekreeg. Dat ga ik dus ook niet doen. Ik neem eerst volop de tijd om mensen te leren kennen.” Eerst komt de mens en wil hij de context helder krijgen, dan pas kan hij beleid maken en de juiste beslissingen nemen. Hij heeft al wel ideeën. ,,We zouden als gelovigen, en dan bedoel ik katholieken, wel iets meer van onze identiteit mogen laten zien, vind ik. Fierheid in waar we voor staan.” Graag gaat hij ook in gesprek met christenen van andere kerken. ,,In het Zuiden was het zoeken naar een protestantse partner in de oecumene. Hier ligt dat voor het oprapen.” Van den Hout vindt dat natuurlijk uitgesproken mag worden dat wat je met elkaar deelt, maar ook dat de ,,verschillen die er zijn niet weggemoffeld worden”. ,,We zijn niet hetzelfde en hoeven ook niet hetzelfde te worden.”

De grootste uitdaging voor de kerken is volgens hem ,,hoe we de Geest weer kunnen laten werken” in een maatschappij waarin velen niet meer aan een kerk verbonden zijn of hooguit aan de rand meeleven. Hij heeft niet de indruk dat hij mensen kan en moet ‘terugwinnen’ of dat hij bij machte is om het gemiddelde kerkbezoek van 7,5 procent in het Noorden ,,op te krikken”. ,,We zitten daarmee zelfs nog boven hoe het elders in het land is met 4,5 procent.”

,,Waar het mee begint? Dat je als gelovige en mens authentiek bent.” Van den Hout denkt ook dat de diaconie een van de pijlers is waar de kerk op moet voortbouwen. Daarbij moet echter voorkomen worden dat de overheid alle problemen op het bordje van de kerk gaat neerleggen, waarschuwt hij. Als derde pijler ziet hij een goed verzorgde liturgie. ,,Want in die liturgie die met elkaar gevierd wordt, komen al die dingen samen: het geloofsonderricht, de diaconie, de heilige Eucharistie. Als je dat laat zien als kerk gaat daar ook al een wervende kracht van uit. Ik houd zelf ook van plechtige liturgieën.”

Een plek die alles heeft

Nog regelmatig gaat Van den Hout terug naar Brabant voor het bezoeken van vrienden en familie, maar hij zegt zich ook al aardig thuis te voelen in de stad Groningen. ,,Het is een plek die alles heeft. Je kunt zo een uur wandelen en dan kom je weer op een plek die je nog niet gezien hebt. Ook vind ik het mooi dat je hier naar het theater kunt gaan of een klassiek concert kunt bezoeken.” Het bisschophuis aan de Ubbo Emmiussingel is een rustpunt, de thuisbasis. ,,Elke dag trek ik me even terug in de kapel voor persoonlijk gebed. Daar zoek ik de stilte en God. Ook vier ik elke dag de liturgie.”

In november had hij een ontmoeting met jongeren van het bisdom. ,,Je merkt dat ze toch wel tegen je opkijken. Ik ging met hen onder meer in gesprek over de vraag hoe de Heilige Geest in je leven kan werken.” Dat is niet echt een makkelijk onderwerp en ze kwamen ook niet helemaal los, ook omdat sommige tieners elkaar niet kenden en je dan minder snel iets van je zelf laat zien, meent Van den Hout. ,,In de meer informele setting gebeurde dat wel. Ik stond in een groepje met jongeren en toen liet ik mijn mobieltje zien. Een erg oude Nokia. Zolang-ie het nog doet, hoef ik geen nieuwe, grapte ik.” Hij vertelt hoe in februari in Appelscha een Are You Ready-vormselweekend gepland staat voor alle vormelingen in het bisdom. ,,Ik geloof dat je pas echt bouwt aan een band als je langere tijd met elkaar samen bent.” Hij zal ook dan een bezoek brengen aan de jongeren.

Gebouwen

Die jongeren, dat zijn immers de katholieken die in de toekomst ook op zondagen in de mis zullen zitten – of mee zullen bouwen aan de kerk van het Noorden. Van den Hout heeft daar een realistische kijk op. ‘Ik vind het belangrijk dat we doen wat we moeten doen en dat we doen wat de kerk van ons vraagt en wat de gelovigen redelijkerwijs van ons vragen of verwachten’, zei hij bij zijn aantreden. ,,Het is voor ons allen een zoeken. In mijn rondgang langs de parochies is de meest gestelde vraag geweest: hoe krijgen we jongeren weer bij de kerk? Maar ik heb daar het antwoord ook niet op.” Wel denkt hij dat events als de Katholieke Wereldjongerendagen belangrijk zijn.

Het beleidsplan Kwetsbaar en hoopvol van het bisdom dat er nu ligt, loopt tot en met 2020. Van den Hout zal in de loop van volgend jaar de eerste lijnen uit gaan zetten voor de toekomst. Om één ding kan hij niet heen. ,,Ik noem het woord maar: gebouwen. In het bisdom zijn nu nog bijna tachtig gebouwen in gebruik. Parochies geven soms wel 60 procent van al hun inkomsten uit aan de instandhouding daarvan. Dat kan niet. Straks hebben we allemaal mooie gebouwen, maar geen mensen meer die er komen voor vieringen. We zijn er niet om monumenten in stand te houden die straks een gemeentelijke of culturele status krijgen.” Ook wil Van den Hout een impuls geven aan de begeleiding van roepingen. Op dit moment werken er 23 priesters in het parochiepastoraat in het Noorden. ,,Je kunt roepingen niet sturen, maar mijn deur op het bisdomhuis staat open als jonge of oudere mensen die serieus nadenken over het priesterschap daarover in gesprek willen.” Graag wil hij dan als klankbord fungeren.

Het geloof delen, van elkaars geloof leren en openlijk over het geloof spreken. Het is een mooie drieslag. In zijn kerstboodschap, die Van den Hout bisdom-breed publiceerde, laat hij zich ook kennen als de bisschop van de hoop. ‘Moeilijke periodes moet je zien te overwinnen. Je moet erdoorheen. Je kunt moeilijkheden niet omzeilen. Plotseling zijn ze er, je had ze niet verwacht en niet zien aankomen. Het is een periode van beproeving, van ballingschap. Maar God is de God die roept, die je uit de ballingschap helpt.’ Niet voor niks werd het zijn wapenspreuk: In exilio spes. In de ballingschap is er hoop. Het diaspora-bisdom van Nederland heeft een herderlijke Brabander binnengehaald die bescheiden is. ,,Hoe ik het eerste half jaar moet typeren?” Hij denkt lang na. ,,De tijd dat ik ontdekte wat en hoe het is om bisschop te zijn.” Dat je veel meer in de spotlights staat, ook al wil hij dat eigenlijk niet, want zo zit hij niet in elkaar. Vroeger niet en nu niet. ,,Maar hiertoe ben ik geroepen. Ik vervul het bisschopambt voluit, vanuit Gods liefde.”