Aan de mens is het om Gods waarheid waar te maken

Recensie
Tjerk de Reus

Hedendaagse theologen mogen graag nadenken over een ‘religie zonder religie’. Recent verscheen hierover het boek Hopeloos hoopvol van John D. Caputo, een bekende Amerikaanse godsdienstfilosoof.

God is geen ‘opperwezen’, geen ‘iemand’ die boven alles staat en met een almachtige hand de loop van de geschiedenis bepaalt. Dat stelt John D. Caputo (1940) in zijn boek Hopeloos hoopvol. Dit is geen nieuw geluid: veel anderen zijn tot een vergelijkbare conclusie gekomen. Maar daarmee is de kous niet af, voor Caputo. Voor hem is er nog altijd heel veel aan de hand ‘in Gods naam’, en daar wil hij zich graag aan verbinden. Dan gaat het erom dat God ‘de roep’ of de oproep is naar een andere manier van leven: de stimulans om volkomen gul, vergevingsgezind en gastvrij in het leven te staan, hoe onmogelijk dat per saldo ook is.

De ondertitel van Caputo’s boek luidt: ‘Belijdenissen van een postmoderne pelgrim’. Dit onderstreept het persoonlijke karakter van het boek, dat een bevlogen en scherpzinnige geest verraadt. Het gaat er niet simpelweg om dat Caputo ‘niets meer kan’ met het traditionele godsbeeld. Zijn punt is eerder: een dergelijk godsbeeld doet afbreuk aan de eigenlijke religieuze ervaring. Want daarin gaat het erom dat we de dingen ‘om niet’ ontvangen, uit genade, en ook dat we ‘om niet’ gastvrij zijn voor anderen. Een almachtige God die ons pas beloont als we hem eerbiedigen is volgens hem de uitdrukking van economisch denken, dat gebaseerd is op de wetmatigheid van geven en nemen.

Tegenstrijdig

Wie zich thuis voelt in het orthodoxe christendom, kan vreemd opkijken bij wat John Caputo allemaal te berde brengt in dit boek. Maar ook los daarvan roept zijn betoog kritische vragen op. Bijvoorbeeld of hij nu wel of niet in God gelooft, want zijn beeldende, poëtische stijl is soms zeer tegenstrijdig. En heeft zijn persoonlijke kijk op religie nog wel te maken met wat doorgaans religie heet, als het uiteindelijk gaat om onvoorwaardelijke gastvrijheid en om goedheid zonder doel of nut? En waarom steeds de taal van het christendom bezigen als je iets wilt dat daar ver vanaf staat, lettend op zijn harde – en vaak ongenuanceerde – kritiek op kerk en christendom? Deze vragen zijn zeker geldig, maar mogen de worsteling van Caputo niet aan het zicht onttrekken. Hij groeide op in een katholieke context, in de – in zijn ogen – starre wereld van voor het Tweede Vaticaanse Concilie. Als kind al voelde hij twijfel of er boven de sterren echt iets was: een goddelijk wezen dat alles in de hand heeft. Zijn hele leven heeft hij nagedacht over de vraag hoe verder te kunnen met het geloof of met de religie, zónder de zekerheden van het traditionele christendom.

Deze zoektocht wordt door velen herkend, binnen en buiten de kerk. Dat dit boek hier op een grondige manier stem aan geeft, maakt de waarde ervan uit. Eerder dit jaar publiceerde Frits de Lange, hoogleraar aan de Protestantse Theologische Universiteit te Groningen, zijn boek Heilige onrust, waarin een vergelijkbaar pleidooi te vinden is. Volgens De Lange is de kern van de religie ‘onrust’: we worden onrustig gemaakt en op weg gezet, naar een wereld die anders is dan de onze. Dat is geen wereld die buiten de onze bestaat en ook geen hiernamaals, maar iets nieuws middenin ons bestaan. Dat is het ‘koninkrijk van God’, zegt Caputo op zijn beurt, waarin God ‘gebeurt’.

Denkbewegingen

Caputo mikt op een andere manier van leven, en daarbij is zijn inzet hoog: het gaat om ‘het onmogelijke’. Dan gaat het over de ethiek, over een levenswijze waarin we mensen en dingen niet beoordelen op ‘nut’, maar op hun eigen waarde en goedheid. God dringt daarop aan, schrijft hij, ‘maar dat betekent niet dat God bestaat’. Het betekent wel dat God ‘oproept’ ofwel ‘dat er iets gaande is in Gods naam’. Het is aan ons om dat waar te maken. ‘Als we zeggen dat God waarheid is, betekent dat dat het aan ons is om die waarheid waar te maken’, aldus Caputo.

Dit geeft aan waar zijn focus ligt, maar dergelijke zinnen geven ook onduidelijkheid: God is blijkbaar nog altijd ‘iemand’ op wie we ons richten. De spraakverwarring die dit oplevert lijkt onontkoombaar als je over een ‘religieloze religie’ wilt spreken met gebruikmaking van tal van christelijke termen en inzichten. Daar is Caputo zich ook van bewust, en hij gaat uitvoerig in op de vragen die hiermee gemoeid zijn. Om deze denkbewegingen te kunnen volgen, is een aandachtige houding van de lezer vereist, naast affiniteit voor filosofie.

Hopeloos hoopvol. Belijdenissen van een postmoderne pelgrim. John D. Caputo. Uitgeverij Skandalon, 22,50 euro