Stevig, maar ook zo weer foetsie

Tamarah Benima

Zoek de term ‘succah’ op op internet en u krijgt loofhutten te zien in allerlei maten en soorten. Klein, groot, met touwtjes in elkaar gehouden, prachtige exemplaren die wonderen der kunst zijn, rijke, arme, mooi versierde, karig verlichte soekot.

Soekot is de meervoudsvorm van ‘soeka’ en de Hebreeuwse naam van het feest. We worden geacht om ieder jaar na de Hoge Feestdagen een soeka te bouwen en in de soeka te eten en te drinken. Zoals op internet valt te lezen, wordt de hut geplaatst onder de blote hemel zoals aan een serre, op het balkon, in de tuin, op een binnenplaats of op het platte dak van het huis. Het dak is niet van hout maar wordt afgedekt met takken of loof, vandaar ook de term loofhut. Het is namelijk essentieel dat door de dakbedekking heen de lucht en ’s avonds de sterren zichtbaar zijn, dit als symbool van de overgave aan de goddelijke bescherming.

De onderliggende bedoeling van het (tijdelijke) leven in de loofhut is je bewust te worden van de wankelheid van het bestaan.

Wie heeft zo’n herinnering nodig nu de Amsterdamse burgemeester Van der Laan is gestorven? Een van de twintigduizend longkankerdoden per jaar. Of nu de Nobelprijs voor de Vrede is toegekend aan een organisatie die tegen de potententieel levens vernietigende kernwapens vecht (overigens de zoveelste modieuze toekenning van de Nobelprijs voor de Vrede)?

Verre van wankel

De soeka van mijn Amsterdamse Joodse Gemeente (Beit HaChidush) is verre van wankel. Hij is gebouwd van steigerpalen en steigerplanken. Een subtieler exemplaar zat er dit jaar niet in. Door gebrek aan organisatie moest hij op het laatste nippertje ontworpen en in elkaar gezet worden. Dat is met vereende krachten (een man en vier vrouwen) gelukt. Hij blijft een paar dagen staan, dan wordt hij weer afgebroken.

Stevig, maar foetsie voor je het weet. Zoals het leven zelf. Dus geniet van het leven. De joodse wijzen waarschuwen: na de dood moet iedereen verantwoording afleggen waarom men niet genoten heeft van alles waarvan men had kunnen genieten.