Het is God die mensen kan veranderen – de kerk niet en ik al helemaal niet

Dick Vos

Hoe is het om in Friesland als geestelijke aan het werk te zijn? Voorgangers vertellen over hoe hun levensverhaal verbonden raakte met de Friezen. Leo Blees kwam toevallig terecht in Wâlterswâld. Alhoewel? Hij gebruikt zelf woorden als leiding en roeping.

Het staat vol met fietsen voor het gebouw van de Gereformeerde Kerk in Wâlterswâld. De Christelijke Nationale School (CNS) die in het dorp gevestigd is, begint hier het nieuwe schooljaar. Het is te horen dat er binnen op hele noten wordt gezongen, de CNS is dan ook een school op reformatorische grondslag. De kinderen die erop zitten en hun ouders zijn niet dezelfden die zondags bij Blees’ gemeente komen kerken. Maar de kerk staat vlak bij de school en als ze graag eens van het gebouw gebruik maken, kun je dat toch niet weigeren, vindt Leo Blees (41). Hij is pastoraal werker in de Gereformeerde Kerk Driesum-Wouterswoude, een gemeente die deel uitmaakt van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Of officieel: hij is er ouderling-kerkelijk werker met preekbevoegdheid.

Blees komt oorspronkelijk uit Katwijk, als degelijk hervormde jongen, zoals hij zegt. Daar was hij vertegenwoordiger in bedden en beddengoed. Maar rond z’n dertigste gaf God hem in: Jij moet díé kant op. Dat is de manier waarop Blees onder woorden brengt waarom hij theologie ging studeren. Voor hemzelf is het belangrijk dat hij voelt dat hij op zo’n manier geroepen werd. ,,Als ik het even niet zie zitten, kan ik daar op terugvallen: U heeft me geroepen, dus help me dan ook – part of the deal.” Hij voegt eraan toe dat er momenteel veel zegeningen zijn in de plaatsen waar hij werkt (in Gereformeerd Wâlterswâld voor 60 procent en daarnaast sinds het voorjaar in Hervormd Kollumerzwaag voor 50 procent).

Maar studeren kost tijd en geld, en met een deeltijdbaan naast de studie ging er meer geld úít dan erin kwam. ,,We baden God dus ook: God, U vraagt dit, maar hoe moet dit verder?” Achteraf gezien vindt Blees het prachtig om te zien hoe God in allerlei gewone dingen iemands leven leidt. Op een zekere zondag gaan Blees en z’n vrouw mee met haar vader, die zal voorgaan in de Hervormde Gemeente te Driezum. Dat idee kwam mede voort uit een prettige vakantie op de camping daar, een jaar eerder. ,,In de kerk lag toen een kerkblaadje waar in stond dat in Driezum de kosterswoning te huur was voor een heel vriendelijk prijsje. We keken elkaar aan: zal dit het zijn? We vroegen het na en het was beschikbaar. Ik kon ook voor hetzelfde bedrijf blijven werken. Binnen een paar dagen was ons huis in Katwijk verkocht en binnen twee maanden zaten we hier.”

Eeuwige rust

Na een jaar ging het bedrijf failliet en Blees werd werkloos. Toen zijn vrouw dat nog dezelfde week vertelde op een verjaardagsvisite, ging de telefoon ’s middags: of Blees een afspraak kon maken voor de maandag erop. ,,Ik zie me nog voor die deur staan daar – bij dat uitvaartbedrijf. De deur ging open, we keken elkaar aan, en de man zei: dat zit wel goed. Binnen een week kon ik aan de slag als chauffeur bij het uitvaartbedrijf.” Na een paar jaar op de rouwauto werd hem gevraagd of hij geen bode wilde worden. En zo geschiedde, terwijl Blees ondertussen theologie studeerde in Ede.

Toen Blees net klaar was met zijn studie, vier jaar geleden, verliet dominee Wisman na achttien jaar de Gereformeerde Kerk Driesum-Wouterswoude. Blees nam wat catechisatie waar en deed af en toe een preekbeurt. Een half jaar later kreeg hij een aanstelling. Eerst voor 40 procent, later voor 60 procent. Blees combineerde het in de loop der jaren met diverse andere aanstellingen, onder meer met kerkelijk werk in het dorp Nij Altoenae. Van vertegenwoordiger in tijdelijke rust – bedden en kussens – werd hij vertegenwoordiger in eeuwige rust, vat hij het met een knipoog samen. ,,Eeuwige rust die ook nog eens om niet gegeven wordt.”

Bevindelijkheid

Blees is lid van de Gereformeerde Bond binnen de PKN en voorzitter van de regionale afdeling van de bond. ,,Qua prediking leg ik de nadruk op verlossing en genade. Dat is nodig, want vanuit onszelf leven we buiten Christus.” Bevindelijk gereformeerd noemt Blees zichzelf, met bij tijden een evangelische inslag. De ruimte die aan de evangelische kant geboden wordt aan de gevoelskant is hem soms te groot. ,,Ik maak graag gebruik van de Evangelische Liedbundel, maar uiteindelijk moeten we het niet van het gevoelsmatige hebben. We moeten het hebben van een God die onveranderlijk is en van het wonder dat God in zijn genade omziet naar mensen. Dat is voor mij de kern van de preek. Niet wij pakken Gods hand, maar God pakt onze hand. Dat vind ik een grote troost. Ik vind het echt een godswonder dat dat ook mij gegeven wordt – daarin ben ik echt bevindelijk.”

Dezelfde bevindelijke onderstroom die Blees uit Katwijk meenam, herkent hij ook in dit deel van Friesland – en dat gaat diep bij veel mensen. Anderzijds is men nuchter en is er humor. Een ander kenmerk is trouw. ,,Het is de trouw van God dat de gemeente bestaat, maar de trouw van mensen dat ze hier in deze gemeente blijven en gebleven zijn. Dat mensen met een meer evangelische inslag bijvoorbeeld niet weggaan. Dat is een zegen, want samen kun je elkaar versterken, van welke stroming je ook bent.”

Het gaat er hier ook gemoedelijk aan toe, geeft hij aan. De vrijheid wordt hem gelaten zijn werk in te richten zoals hem dat goeddunkt, gemeenteleden zitten niet achter hem aan om hem te bewegen tot van alles en nog wat. ,,We zijn hier gelukkig met elkaar.” Ten slotte zijn de mensen hier vergevingsgezind, is zijn ervaring. ,,Want ik ben soms nog wel eens een flapuit – ook vanaf de preekstoel.”

Doemdenken

Blees merkt dat er behoefte is aan verdieping. Een Bijbelgroep voor jongeren groeide al snel van twee naar acht personen. En een groep die elke maand samen één nieuwtestamentisch Bijbelboek leest en bespreekt, daar komen zo’n 25 veertigplussers op af. Vanuit de dertigers kwam inmiddels de vraag naar eenzelfde groep voor hun leeftijdscategorie. Blees is er blij mee want mensen lezen volgens hem te weinig in de Bijbel. ,,Ik geloof dat God zich in Christus laat kennen via zijn Woord. Door de Bijbel leer je God beter kennen en word je stabieler in je geloof.”

Zijn gemeente is een van de weinige binnen de Protestantse Kerk die licht groeien, denkt Blees. Hoe dat komt? ,,Het is het werk van de Geest”, reageert hij direct. ,,God verandert mensen – de kerk niet en ik al helemaal niet.”

We moeten eens af van dat doemdenken in de PKN, voegt hij eraan toe. ,,Het lijkt erop dat we gewoon accepteren dat het achteruitgaat. Maar als je daar steeds de nadruk op blijft leggen, gaan mensen er vanzelf in geloven. De kerk trekt zich steeds verder terug en er worden steeds meer gemeenten samengevoegd. En dat is het domste wat je kunt doen: zes dorpen op één hoop. Daar gaan mensen niet in mee en dat is een versnelling van afbraak. Het lijkt vooral bedoeld om bepaalde functies in stand te houden. Als ik dat soms zie, al dat gepraat van al die dominees in de hogere kerkelijke vergaderingen… dan denk ik: ga aan het werk man, er zijn genoeg zielen te winnen. Gewoon bij iedereen langs en de mensen aanspreken. Natuurlijk is dat een hele klus, maar je moet gewoon doorzetten en niet zo zeuren.”

Blees ziet er ook niets in om het initiatief bij de gemeenteleden leggen en via het kerkblad te laten weten wanneer de voorganger spreekuur houdt. ,,Ik denk dat al die zogenaamde papieren leden niet voor niks nog lid zijn. Ze willen toch op de een of andere manier God ervaren, en daar moet je dan gewoon zelf op af.”

De kern

Dat geloven in deze tijd soms anders vormgegeven moet worden dan vroeger, daarin kan Blees meegaan. Maar aan de Bijbelse waarheid moet wel vastgehouden worden. Dat niet iedereen mee kan gaan in de Bijbelse waarheid ‘van kaft tot kaft’, daarbij kan hij zich ook wel iets voorstellen, hoewel hij zelf vasthoudt aan een schepping in zes dagen. ,,Moeten we nu ineens constateren dat we ons twintig eeuwen vergist hebben in wat God ons meegegeven heeft? Dat vind ik wel wat pretentieus.”

Blees gelooft niet dat wat God tegen de mens zegt via het Bijbelse Woord zo ingewikkeld is. ,,Het gaat me dan vooral om de kern, er zijn ook dingen waarmee we wat vrijer om mogen gaan. De kern is dat God mensen zoekt en dat Hij mensen als kinderen wil aannemen. En of dat nu op hele noten is of ritmisch, via de Statenbijbel of De Nieuwe Bijbelvertaling, dat doet er niet toe. Aan gezemel over dat soort dingen gaan we kapot.” Het betekent voor Blees niet dat iedereen naar dezelfde kerk zou moeten. ,,Onze ene Baas heeft nu eenmaal nog steeds verschillende filialen”, is zijn interpretatie. En of het heil van megakerken te verwachten is, betwijfelt hij ook. ,,Maar heb elkander lief en wees elkanders dienaar. Dit in navolging van Christus.”