De evolutietheorie is ook aanvaardbaar voor orthodox-gereformeerden

Tjerk de Reus

De evolutietheorie is op de keper beschouwd niet schadelijk voor het christelijk geloof, vindt Gijsbert van den Brink. Deze week verscheen En de aarde bracht voort, waarin hij zich rekenschap geeft van netelige vraagstukken.

Heel wat christenen zullen zeggen: wat is hier het probleem, met die evolutietheorie? Zij vinden allang dat de wetenschap het geloof niet hoeft te bijten. Een miljoenen jaren oude aarde? Waarom zou je daar wakker van moeten liggen? Maar dit geldt niet voor iedereen. Het is nog niet zo lang geleden dat Andries Knevel liet weten niet meer in een zesdaagse schepping te geloven. Een pikant moment, want de strijd tegen de evolutie was altijd een van de kroonjuwelen van de EO. De televisieserie Adam of Aap die de EO in 1977 uitzond, staat symbool voor deze strijd. Knevel kreeg het dan ook flink te verduren, en moest door het stof.

Wat deze affaire uit 2009 in elk geval duidelijk maakt, is het feit dat veel behoudende, orthodoxe christenen graag vasthouden aan een letterlijke lezing van Genesis. Dit houdt in: God schiep mens en wereld in zes dagen; Adam heeft werkelijk bestaan en verviel daadwerkelijk in de zonde, waarvan we tot op vandaag de gevolgen merken. Veel christenen die hieraan willen vasthouden, wantrouwen de resultaten van de wetenschap die op evolutie duiden.

Harry Kuitert

Nu is weerzin tegen de evolutietheorie best invoelbaar. De evolutietheorie was vaak een wapen in handen van liberale theologen om vertrouwde dogma’s mee te lijf te gaan. Het zegt wel iets dat de belangrijke VU-bioloog Jan Lever, die een lans wilde breken voor de evolutietheorie, in de jaren zeventig vaak optrok met Harry Kuitert. Samen gaven ze lezingen over het verstaan van de Bijbel in het licht van wetenschap en evolutie.

Maar beland je met de evolutietheorie noodzakelijkerwijs op een liberaal of vrijzinnig spoor, waarbij vertrouwde geloofszekerheden ter discussie komen te staan? Dat is de vraag die Gijsbert van den Brink (1963) zich heeft gesteld. Zelf is hij afkomstig uit de kring van de Gereformeerde Bond. Hij is als theoloog zeer loyaal aan de klassieke christelijke theologie, zoals blijkt uit het grote boek dat hij samen met Kees van der Kooi publiceerde in 2011, de Christelijke Dogmatiek.

Op zeker moment kwam Van den Brink, momenteel hoogleraar Theologie & Wetenschap aan Vrije Universiteit, tot het inzicht dat de argumenten voor de evolutietheorie zeer sterk zijn. Hij voelde zich uitgedaagd een antwoord te zoeken op deze vraag: wat betekent het voor de orthodoxe, gereformeerde theologie als de evolutietheorie klopt? Deze week verscheen zijn langverwachte boek: En de aarde bracht voort. Christelijk geloof en evolutie.

Gewetensvol

Het eerste wat over Van den Brinks boek kan worden opgemerkt, is: hij doet een gewetensvolle, integere poging om de gereformeerde theologie én de moderne wetenschap die de evolutietheorie ondersteunt, serieus te nemen. Van den Brink kiest nergens het hazenpad naar gemakkelijke oplossingen, hij versimpelt de zaak niet en zegt het eerlijk als hij het ook niet weet.

De tweede constatering luidt: er bestaat in het Nederlandse taalgebied geen boek dat op een vergelijkbare, grondige manier de theologische vragen rond schepping en evolutie stelt. De auteur gaat nauwkeurig in op vragen als: hoe verhoudt het geloof in Gods leiding zich tot de rol van het toeval in het evolutionaire proces? Als Genesis een symbolisch verhaal is en dus niet letterlijk genomen kan worden – is er dan ook geen ‘historische Adam’ en ook geen ‘historische zondeval’? En als wij mensen uit het dierenrijk voortgekomen zijn, zijn we dan nog wel uniek? Theologisch gezegd: zijn we dan nog wel ‘beelddragers Gods’?

Volgens Van den Brink staan de kernen van het christelijk geloof, en dan specifiek van het gereformeerde geloofstype, beslist níét te schudden op hun grondvesten als de evolutietheorie zou kloppen. In die zin kun je dit boek geruststellend noemen. Aan het slot van zijn driehonderdvijftig pagina’s tellende exposé schrijft Van den Brink: ‘Christenen hoeven zich dan ook niet op grond van hun geloof tegen de neodarwiniaanse evolutietheorie te verzetten. En niet-christenen hoeven niet te denken dat ze om christen te kunnen worden iets wat voor hen zo evident is zouden moeten afzweren.’

Theologische boodschap

Hoewel de auteur betoogt dat de klassieke christelijke theologie geenszins schipbreuk hoeft te lijden, verandert er ook wel iets als we de evolutietheorie accepteren. We zullen sommige kerninzichten moeten ‘recontextualiseren’, zegt Van den Brink. Hij bedoelt: er verandert wel iets in het theologiseren over God, mens en wereld, en dan met name met het oog op het begin van Genesis.

In plaats van een letterlijke lezing van Genesis bepleit Van den Brink een ‘perspectivische’ lezing, die vooral let op wat de theologische boodschap is. Die boodschap is gevat in beelden uit het oude Oosten, maar de inhoud daarvan heeft zeggingskracht tot op vandaag.

Dit betekent niet dat Van den Brink Genesis wil losmaken van de geschiedenis van de mensheid. Genesis is niet alleen maar een symbolisch verhaal, maar slaat op de concrete geschiedenis van de mens. Van den Brink betoogt dat er inderdaad een historische Adam was, zo’n 45.000 jaar geleden. Eigenlijk gaat het dan om meerdere ‘Adams’ en ‘Eva’s’: de eerste groep mensen die dankzij een verder ontwikkeld bewustzijn aanspreekbaar was voor God. Het verbond dat God met hen sloot, hield echter geen stand: de zondeval. Theologisch blijft dan dus recht overeind, stelt Van den Brink, dat de verzoening die Jezus teweegbracht een antwoord is op wat er ooit aan het begin is misgegaan.

Of de oorspronkelijke wereld ‘goed’ was in de zin van ‘helemaal perfect’, ontkent Van den Brink. Er was immers al miljoenen jaren een dierenwereld in ontwikkeling, met lijden en dood, voordat in een late fase van de evolutionaire ontwikkeling de mens het toneel betrad. Wat betekent dan die beroemde zin uit Genesis: ‘En God zag dat het goed was’? Van den Brink zegt: dit is een theologisch oordeel, een uitspraak van God. De schepping is goed in die zin dat zij beantwoordt aan het doel dat God ermee heeft.

Jantje-van-leiden

Het boek van Van den Brink verdient veel lezers. Vooral theologen en predikanten uit kringen waar men ‘tegen’ de evolutietheorie is, zouden niet schouderophalend aan Van den Brinks doorwrochte betoog moeten voorbijgaan. Te gemakkelijk maken leidslieden in deze kringen zich met een jantje-van-leiden ervan af, als zij zich beroepen op populaire vormen van fundamentalisme. Op z’n minst kun je stellen dat een theorie over het ontstaan van mens en wereld die in onze westerse cultuur zeer bepalend is, christenen zou moeten uitdagen zich op een serieuze, grondige manier rekenschap te geven van hun geloof.

Het boek van Van den Brink is daarbij een perfecte leidraad, omdat hij alle vragen die vanuit het orthodoxe christendom inzake schepping en evolutie gesteld worden, scherpzinnig en loyaal aan de orde stelt.

En de aarde bracht voort. Christelijk geloof en evolutie. Gijsbert van den Brink. Boekencentrum, 22,99 euro