Na Hemelvaart regeert Christus de wereld

Markus Matthias

Wat stond Luther precies voor ogen? Uit zijn eigen teksten valt dat het beste op te maken. In een serie over de theologische inzichten van Maarten Luther, deze keer aandacht voor Hemelvaart.

De betekenis van Hemelvaartsdag is in het protestantisme helemaal weggezakt, ondanks dat de hemelvaart deel uitmaakt van de christelijk geloofsbelijdenis.

Volgens Luther is de hemelvaart van Jezus Christus niet slechts een verhaal over de manier hoe Jezus uiteindelijk afscheid nam van Zijn leerlingen. Dan zou het slechts een verhaal zijn dat er noodzakelijkerwijs bij hoort: als Jezus uit de dood verrezen is, moet hij wel direct in de hemel worden opgenomen. Volgens Luther is er echter veel meer aan de hand: het is de verhoging van Jezus Christus tot aan de rechterhand van God de Vader. Luther schrijft:

‘Wij weten dat de [Heilige] Schrift enkel en alleen deze mens [Jezus Christus] plaatst aan de rechterhand van God. Ondanks dat wij ook daar zullen zijn waar Hij is […] zullen wij toch niet op die […] manier zijn, waar Hij is, te weten ter rechterhand van God, één persoon met God. Op die manier is Hij waar God is. Omdat Hij alomtegenwoordig is, zijn wij waar Hij is. Want Hij moet bij ons zijn als Hij alomtegenwoordig is.’
(1528, Deutsch, WA 26, 349: 19-25)

Verhoogd wordt Christus als mens, dus in zijn menselijke natuur. De incarnatie – de menswording van Christus – was geen middel om Gods toorn te stillen, maar het begin van de verzoening van de mens met God. En deze verzoening vond en vindt nog steeds plaats in de persoon van de God-mens Jezus Christus. Ook na Pasen hebben wij te maken met de Heer die God én mens is. Volgens Luther had God ervoor gekozen de mensen voortdurend in de persoon van Jezus Christus te benaderen, waarmee hij zich een God betoont die betrokken is op het menselijke lot.

Solidariteit

De hemel, waarnaar Jezus opgevaren is, is voor Luther geen kosmologische plek. Het is geen boven waar wij onze ogen naar kunnen verheffen. Luthers hemel is de ‘rechterhand’ van God. Zitten aan de rechterhand is in de Bijbel niet een begrip voor een locatie, maar voor een bepaalde waardigheid of een positie. De rechterhand van God is in de Bijbel een beeld voor Gods regering (zie ook Psalm 110:1). Het opvaren naar de hemel en het zitten aan de rechterhand van de Vader betekent daarom voor Luther dat de wereld vanaf dan door Jezus Christus geregeerd wordt. Het betekent dat God op dezelfde manier met de mensen wil omgaan als toen hij op aarde met de mensen omging in Christus. Want de mens heeft geen baat bij een God die als overmachtige regeert. De mens is gebaat bij een God die zich solidair opstelt ten aanzien van de nood van de wereld en die de cirkelbeweging van geweld en wraak doorbreekt met compassie.

In de gereformeerde traditie wordt de opvatting van Luther over de hemelvaart van Jezus Christus vaak afgekeurd. Wat menselijk is, kan niet alomtegenwoordig zijn, wordt gesteld. Als Jezus Christus naar de hemel opgevaren is, kan hij tegelijkertijd niet nog steeds als mens op de aarde aanwezig zijn. Verder zou een mens steeds zichtbaar moeten zijn. Uiteindelijk vreest men dat met het geloof in de alomtegenwoordigheid van Christus als God en mens een soort vergoddelijking van het menselijk bestaan plaatsvindt, een vermenging van God en mens.

Volgens Luther is dat een te naïeve logica. De hemel – de rechterhand van God – is geen locatie en aanwezigheid hoeft niet altijd zichtbaar ingesloten in een bepaalde ruimte te betekenen. De eigenlijke vraag is: gaat het in het Evangelie om (verzoenend) werk dat nu gereed is of gaat het om de persoon die de verzoener is? Het mag duidelijk zijn dat het Luther om de persoon van Jezus Christus gaat. Hij is immers de waarborg van Gods genade.

Markus Matthias is hoogleraar lutherana aan de Protestantse Theologische Universiteit.