‘Typisch evangelisch’, een overzicht van een veelkleurige stroming

Lodewijk Born

De evangelischen. Het is een verzamel- begrip geworden voor heel veel in Nederland als het gaat om verandering qua geloof en kerk. In Typisch evangelisch wordt vrijwel alles op een rij gezet.

Sinds pakweg de Tweede Wereldoorlog is er veel gebeurd als het gaat om de opkomst, ontwikkeling en groei van de evangelischen. ‘De evangelische beweging: voor de één een veelkleurige zegen, voor de ander een veelkoppig monster. Maar voor velen vooral onoverzichtelijk’, zo merkt hoogleraar Missiologie en interculturele theologie Stefan Paas op.

En het klopt ook. Want als er over evangelischen gesproken wordt, dan komen velen in ons land – met name buiten de kerken – niet verder dan een opmerking over de Evangelische Omroep of een straatevangelist door wie ze ooit werden aangesproken. Binnenkerkelijk gaat het over opwekkingsliederen, het ‘zingen met de handen in de lucht’ en natuurlijk de EO-jongerendag.

Onder redactie van Henk Bakker en Laura Dijkhuizen ontstond de uitgave – met bijna zestig (!) gastauteurs. Ze erkennen zelf dat het woord ‘evangelisch’ lastig te definiëren is. ‘In dit boek verstaan wij onder de evangelische beweging kerken, organisaties en individuen die zich binnen en buiten de traditionele kerken op een bepaalde manier manifesteren.’ Vandaar ook de gekozen titel: Typisch evangelisch. De voornaamste kenmerken: de sterke nadruk op de Bijbel, het aanvaarden van Jezus als persoonlijke verlosser, een persoonlijke relatie met Jezus en een zogeheten priesterschap van alle gelovigen. Al genoeg typeringen waar sommigen direct een unheimisch gevoel van krijgen. Een persoonlijke relatie met Jezus? Er moest – en moet – bij heel wat mensen nogal wat water stromen voor ze die woorden kunnen nazeggen…

Billy Graham

De opkomst van de evangelischen begint in Nederland met de komst van onder meer een Amerikaans team van Youth for Christ (1946), waartoe de dan twintiger Billy Graham behoort. Die is er een decennium later weer met stadiondiensten in Amsterdam en Rotterdam in 1954 en 1955. Een paar jaar later komt T.L. Osborn naar ons land, die in Den Haag en Groningen openluchtsamenkomsten houdt. De bijeenkomsten trekken tienduizenden mensen en er wordt zowel door kranten als door radio en televisie verslag van gedaan.

Toch zijn het niet de Amerikanen maar juist Nederlanders zélf die er voor zorgen dat ‘de evangelische stroom die klein begint, aanzwelt tot een flinke rivier die in de loop van de tijd vertakt tot een wijde delta van evangelische stromen, beekjes en beken’. Anne van der Bijl richt Stichting Kruistochten op (nu Open Doors) en gaat zich inzetten voor vervolgde christenen. Evangeliste Corrie ten Boom (1892-1983) is iemand met natuurlijk gezag en spreekt op tal van evenementen. Hans Keijzer richt een koepel van zendingsorganisaties op, de EZA.

Youth for Christ blijkt met muziek en koffiebars de jonge generatie aan te spreken – ook in gevestigde kerken. Onder het kopje ‘Evangelisch kamperen’ wordt het Flevofestival beschreven dat in 1978 begon als Kamperland Muziekfestival met vijftienhonderd bezoekers. Flevo is er al niet meer, tegenwoordig zijn er events als Soul Survivor op strand Nulde en Vrij Zijn-conferenties.

In de jaren zeventig wordt het eerste Opwekkingsweekeinde gehouden, op de Harskamp in Ede. ‘Een conferentie voor het hele gezin waarbij lofprijzing een grote rol speelt.’ Er wordt in het boek geconstateerd dat de Opwekkingsconferentie ‘vanwege het massale en populaire gehalte wellicht onevenredig veel invloed heeft binnen de evangelische stroming. Is dat wenselijk?’ Het is jammer dat die vraag niet beantwoord wordt. Er wordt vooral op gewezen dat evenementen en conferenties bedoeld zijn ‘als prikkel, een stimulans om koers te houden’. Opgewekt naar huis.

Leiderschap

Laura Dijkhuizen schrijft gelukkig wel kritisch-beschouwend over het leiderschap binnen de evangelische beweging. Hoe de verhouding tussen leiderschap en vrouwen nog lang niet uitgekristalliseerd is. Terwijl in de Protestantse Kerk de vrouw al geruime tijd mag dienen in alle posities, is dit binnen de evangelische kerken, in de breedte van het woord, niet het geval. Het uitgesloten zijn van het ambt van oudste of voorganger wordt door ‘velen als pijnlijk ervaren’. Ook anno 2017.

Ook manipulatief leiderschap bespreekt ze. ‘Een leider met een sterke visie laat zich moeilijk (af)leiden tot iets anders. De realiteit wordt uit het oog verloren, mede-gelovigen met vragen worden als vijandig beschouwd.’ Er komt dan een breuk tussen diegenen die trouw zijn aan wat God via de leider heeft geopenbaard en de ‘kritische’ en daardoor meestal als ‘minder geestelijk’ betitelde groep, beschrijft Dijkhuizen.

Natuurlijk ontbreekt in het rijke overzicht van portretten van mannen en vrouwen uit de evangelische geschiedenis ook niet de naam van Orlando Bottenbley, voorman van de Bethel, maar ook stichter van vele andere gemeenten in Friesland.

Het evangelische gedachtengoed heeft inmiddels ook ruimte gekregen in de Protestantse Kerk met een missionair team uit Utrecht als aanjager, met pioniersplekken en het Evangelisch Werkverband. Henk Bakker noemt dat een ‘indaling van de evangelische beweging in de bestaande kerken’ en dat gaat gepaard met een indaling van kerken in de bestaande wereld.

Achterdeur

Aan het begin van de 21e eeuw is de evangelische beweging niet meer te identificeren als een kritische bekeringsbeweging of vernieuwingsbeweging, vindt hij. ‘De markt van de bestaande kerken is zo goed als ingenomen en bovendien krimpt de markt nog altijd. Om de wereld te bereiken wordt veel meer de zorgkant van het evangelie getoond dan de kritische kant. Zorg en comfort worden geboden.” Maar dat comfort is niet altijd blijvend, zo is te lezen. ‘Net als veel traditionele kerken, lopen ook de evangelische gemeenten leeg. De achterdeur blijkt net zo wijd open te staan als de voordeur en het verdrietige is: we hebben er nauwelijks erg in.’

Voor een lezer is het boek vaak een feest der herkenning: van Glorieklokken, Israël, het EH Basisjaar tot The Passion. De Zandtovenaar, Gert van de Vijver, zegt het raak: ‘Het is vandaag de dag de kunst om gelovigen niet onze kunstjes te laten zien, maar origineel te zijn. Door onderscheidend te zijn wekken we de aandacht van de zoekende mens’.

Met Typisch evangelisch wordt het blikveld ruimer. Een boek dat goed is voor de huidige generatie, om te weten dat de beweging niet uit de lucht kwam vallen – en heel wat hordes moest nemen – en ook lezenswaardig is voor de generaties die als pioniers fungeerden.

Typisch evangelisch. Een stroming in perspectief. Laura Dijkhuizen en Henk Bakker. Ark Media. Prijs: 27,95 euro.