Jan Amos Komenský, een grootheid die meer gewaardeerd mag worden

Leendert Wolters

Als gezin zijn we deze periode op verlof in Nederland. Onder meer om onze kinderen iets van de Nederlandse cultuur en geschiedenis bij te brengen. En met dat doel doen we ook Naarden aan en willen we het Mausoleum van Comenius bezoeken.

Graag wil u ik meenemen naar een recente ervaring die we hadden in Nederland. Het is Witte Donderdag en we strijken neer bij een restaurantje in Naarden. Echte Nederlandse pannenkoeken willen onze kinderen. Met spek. En stroop. De restauranthouder doet net zijn beklag bij een ouder echtpaar aan de tafel naast ons: ,,Vanaf negen uur is het hele centrum afgesloten.”

,,De zalmtartaar”, wil mevrouw weten, ,,is dat wat?”

,,Zalmtartaar”, noteert hij, ,,mandje brood erbij?” En moeiteloos vervolgt hij zijn klaagzang: ,,Vorig jaar had ik 150 koffie klaar staan, maar het was geen doen.”

Afluisteren

Als we besteld hebben, slentert de eigenaar weer naar de tafel naast ons. Kennelijk vaste bezoekers. Ik realiseer me, dat gesprekken afluisteren in Nederland veel makkelijker is dan in Tsjechië. Toch duurt het even voor ik door heb dat het gesprek gaat over de traditionele uitvoering van de Matthäus Passion, waar ook veel bekende Nederlanders naar toe komen.

,,En vanaf hoe laat komen ze dan allemaal”, vraagt meneer. ,,Nou ja, ze willen er té snel in en té snel weer uit. Eén grote opstopping wordt het.” De restauranthouder is duidelijk geen liefhebber. Het gesprek kabbelt verder: over het weer en de plannen voor Pasen.

Als hij onze tafel even later afruimt, vragen we nog even naar Comenius. ,,Wie?”, wil hij weten.

Boheemse protestanten

Jan Amos Komenský, zoals hij in Tsjechië heet, was een van de laatste drie bisschoppen van de Unitas Fratrum, de Boheemse Broeders. Hij leidde dit kerkgenootschap, maar genoot in het Europa van zijn tijd eigenlijk meer bekendheid als pedagoog. In verschillende landen, zoals Engeland, Zweden, Hongarije en Polen werd hij de grondlegger van het onderwijssysteem zoals we dat nu ook in Nederland kennen: een algemene basisschool, een middelbare school en ten slotte hoger vervolgonderwijs.

Toen in 1618 de Dertigjarige Oorlog uitbrak, moesten de Boheemse protestanten het als eerste ontgelden. De Habsburgse keizer Ferdinand II versloeg de opstandige Tsjechen en herstelde de macht van de roomse kerk in het land. Wie de paus niet wilde erkennen kon kiezen: vertrekken of sterven. Comenius vertrok naar Polen. En met hem een grote groep protestantse gelovigen. Een eeuw later vestigden zij zich op uitnodiging van graaf Van Zinzendorf in een dorpje dat bekend werd als Herrnhut.

Maar Comenius trok verder en vestigde zich uiteindelijk op uitnodiging van zijn vriend Louis de Geer aan de Egelantiersgracht in Amsterdam, waar hij in staat gesteld werd een Tsjechische drukkerij te starten. Zo bleef hij schrijven en publiceren voor de Boheemse protestanten. Hier stierf hij, op 15 november 1670.

Maar de begrafenis vond plaats in Naarden. Mogelijk omdat een vriend van De Geer, ds. J.L. Grouwels, predikant was in de Waalse kerk aldaar. Comenius raakte in de vergetelheid. Tot in 1918 Tsjecho-Slowakije werd gesticht, en er een groeiende interesse ontstond voor de groten in de Boheemse geschiedenis. Zo beeldde Mucha hem af op een van zijn twintig reusachtige schilderijen die samen de Slavische geschiedenis verbeelden, de Slovanské epopej: een oude man, zittend in een…jawel: Hollands landschap.

Overschot

Een kwartiertje later lopen we door de stille straatjes van Naarden, op zoek naar Comenius. Een fors beeld van deze Tsjechische onderwijshervormer en (protestantse) bisschop staat naast de Grote Kerk.

In de kerk, die nu een mausoleum is, ontdekken we, dat aan de hand van drie lijstjes met namen en graven, in 1929 het stoffelijk overschot van Comenius is teruggevonden. De Tsjechoslowaakse regering pachtte voor een gulden per jaar de kapel en door drie Tsjechische kunstenaars werd het als mausoleum ingericht. Koningin Wilhelmina liet er een plaquette plaatsen. En zo ook de ‘president-bevrijder van Tsjecho-Slowakije’, T.G. Masaryk. Daarop staat een citaat van Comenius: ‘Ik vertrouw op God, dat na het voorbijgaan der stormen zijns toorns het bestuur uwer zaken bij U zal wederkeren, o Tsjechisch volk!’

Een indrukwekkende plek, waar ten tijde van de communistische onderdrukking ook veel Tsjechen kwamen, die moed putten uit deze momenten uit hun geschiedenis. Ik hoop dat u, lezer, er ook een keer gaat kijken.

Leendert Wolters werkt samen met zijn vrouw Nelleke namens de GZB in Tsjechië.