Brian McLaren gelooft in een evolutionair, groeiend christendom

Tjerk de Reus

Wat Brian McLaren betreft komt er een ‘nieuw christendom’: voorbij aan dogmatische starheid, beweeglijk, creatief én zonder iemand uit te sluiten. Toch vloert hij graag zijn tegenstanders.

Soms krijg je bij boeken van Amerikaanse herkomst het gevoel dat er iets niet in de haak is. Allereerst denk je dat de auteur iets mist, dat hij op spoken jaagt – totdat je ontdekt dat de context van die Amerikaan natuurlijk compleet anders is. We denken door de globalisering en het internet dat alles ons nabij is, dat we andere culturen meteen snappen, maar dan draaien we ons een rad voor ogen.

Dat blijkt wel als je het boek Een nieuw christendom leest, van de tamelijk bekende, progressief-christelijke schrijver Brian McLaren (1956). Hij gaat geweldig tekeer tegen starre Bijbelopvattingen, tegen conservatisme in de kerken, tegen een rechtlijnige Bijbeluitleg. Hij omschrijft sommige van zijn tegenstanders als mensen die in naam van de Heer uranium verrijken voor atoomwapens. En als zijn tegenstanders bepaalde Bijbelteksten ‘verkeerd’ opvatten, fulmineert hij: ‘Je verduistert ze, verdraait ze, misbruikt ze.’

Dit alles verwijst naar discussies en situaties in het Amerikaanse christendom, waarover we wel vaker opmerkelijke verhalen horen.

Stokpaardjes

Tegelijk is duidelijk dat deze strijdbare toon natuurlijk ook iets zegt over de schrijver. McLaren is typisch zo’n auteur aan wie sommige lezers meteen een gloeiende hekel hebben, vanwege zijn stokpaardjes, zijn gelijkhebberigheid, zijn pretenties, zijn ego-verhaaltjes. Terwijl andere lezers McLaren als visionair en profetisch zullen ervaren, als iemand die pijnpunten durft te benoemen. Zulke lezers zullen zich graag laten meenemen in McLarens droom van een ‘nieuw christendom’, een droom overigens die kenmerkend is voor de Emerging Church-beweging. McLaren is daarvan een bekende vertegenwoordiger.

Dynamisch

De overtuiging dat het christendom vernieuwing en renovatie behoeft, kan je dus niet ontgaan als je dit boek in handen krijgt. Kerk en christelijke theologie zijn als een oude jas, meent McLaren. Daar ben je aan gehecht en die zit ook nog wel lekker – maar hij is versleten. Er moet dus iets gebeuren.

Je zou McLarens visie op dit punt kunnen samenvatten als: het christendom van dogma’s en van kerkelijke machtspolitiek moet worden getransformeerd in een christendom van de ‘zoektocht’. Hij schrijft: ‘We hebben een grote verschuiving nodig, niet slechts van onze huidige standpunten naar nieuwe standpunten, maar van een stabiele stand van zaken naar een dynamisch verhaal.’ Daar ligt zijn basisovertuiging: van statisch naar dynamisch. De dynamische vorm van geloven verschijnt als een vlinder uit de cocon van het oude christendom.

Uitvoerig schrijft McLaren over alles wat ‘statisch’ en dus fout is, in het bestaande christendom. Op die punten moet het roer om. We moeten de Bijbel niet versimpelen tot het schema van schepping-zondeval-verlossing-hemel, betoogt McLaren. De Bijbel is geen formalistische ‘grondwet’, maar een ‘geïnspireerde bibliotheek’. Mensen uitsluiten op basis van seksuele geaardheid mag niet. God is geen wraakzuchtige God, zoals sommige stukken uit het Oude Testament suggereren. We moeten niet focussen op een spectaculaire eindtijd. Enzovoort. De kern van McLarens visie op Jezus en het Koninkrijk van God is gebaseerd op de theologie van de bekende N.T. (Tom) Wright.

Blokkades

Al deze negatieve kwesties, van fundamentalisme tot homofobie, zijn lastige blokkades op de weg naar de toekomst, meent McLaren. En juist daarom gaat het hem: verdere ontplooiing naar een ‘nieuw christendom’, volgens een ‘evolutionair’ groeimodel. En die insteek is eigenlijk best opmerkelijk: McLaren meent dat het christendom gaat groeien in kwaliteit, steeds ‘beter’ zal worden, steeds meer Gods licht gaat weerspiegelen. Wat dit betreft is hij een loepzuivere vooruitgangsdenker. Hij stelt: vandaag heeft het christendom de grens bereikt van de ‘late puberteit’ en ‘de vroege volwassenheid’. Als we er nu in slagen vrij te komen van de ballast van de traditie, groeien we verder en staat er iets moois te wachten: een nieuw, rijker leven in de kracht van God, op de weg van de Geest, vanuit de inspiratie van Jezus.

McLaren noteert, niet vrij van zelfoverschatting: ‘Zodra we vrij zijn, kunnen we een exodus ontketenen en verder gaan met ons avontuur, onze zoektocht naar waarheid in de wildernis, die nog niet in kaart is gebracht, zoals het verhaal van de Bijbel ons vraagt te doen.’

Waagstuk

Dat de voorwaartse beweging niet altijd soepel verloopt, is voor McLaren zonneklaar. Juist vandaag, nu we geroepen zijn onze toekomst ‘samen met de Geest van de levende God te scheppen’, is er moeite en tegenstand. McLaren gebruikt hier zelfs het woord ‘martelaarschap’. Felle tegenstand komt uit de traditionele hoek van de kerken, weet McLaren, maar ook is duidelijk dat hij weinig heil verwacht van een liberaal soort vrijzinnigheid. Conservatieve dogma’s zetten ons ‘onder’ de Schrift, zegt hij, terwijl liberale gelovigen ‘erboven’ staan’. Beide zijn fout. Hij stelt voor: laten we ‘in het verhaal’ stappen, er onderdeel van zijn en zo deel uitmaken van het koninkrijk van Jezus dat voortschrijdt door de tijd, almaar ruimhartiger en genadevoller.

Of McLaren de pretentie waarmaakt een nieuw type christendom te presenteren, lijkt minstens voor discussie vatbaar. Per saldo zijn de hier geformuleerde standpunten niet verrassend, die kennen we allang in onze eigen context. En daar ligt het ook een stuk minder ongenuanceerd. Kortom, het lijkt een waagstuk, dit Amerikaanse boek op Nederlandse bodem.

Een nieuw christendom. Tien vragen die het geloof veranderen. Brian McLaren. Uitgeverij Plateau, 19,95 euro