Rollins: erkennen van onwetendheid schept ruimte voor God in ons midden

Tjerk de Reus

Peter Rollins maakt korte metten met ‘God als product dat ons gelukkig moet maken’. Een nieuw boek van deze spraakmakende theoloog is nu in het Nederlands vertaald.

Niet vaak kom je een theoloog tegen die én stevige kritiek heeft op het gevestigde christendom én honderduit praat over erfzonde, verlossing, gebod en afgod. Dat lijken oude en vertrouwde kerkelijke thema’s, maar bij de Ierse theoloog Peter Rollins (1973) wordt duidelijk dat je met die begrippen ook heel andere dingen kunt zeggen.

Wie Rollins’ boek Verslaafd aan God leest, ontdekt al snel dat hier wel een uitdaging ligt: wat gebeurt er eigenlijk in dit betoog? Gelukkig neemt Rollins zijn lezer stevig bij de hand en maakt steeds inzichtelijk wat hij doet. Zo maakt hij meteen in de inleiding duidelijk wat hem motiveert. In het christelijk geloof gaat het er niet om dat onze zondige wereld ooit vernietigd zal worden en dat daarna een perfecte wereld komt. Eerder wordt ‘de manier waarop wij bestaan in deze wereld’ in het heden compleet veranderd. Het komt erop neer, legt Rollins uit, ‘dat de donkerte en de onvrede die wij in ons leven voelen uiteindelijk niet worden beantwoord door zekerheid en voldoening, maar eerder van hun gewichtigheid en prikkel worden ontdaan.’

Afgoden

Een belangrijk punt voor Rollins is de gedachte dat God geen ‘product’ kan zijn dat ons tevreden stelt. Dit is een zeer kritische notie, want hij meent dat de kerk goeddeels God wél zo ziet: als een product dat jou gelukkig maakt. Dit is afgoderij, aldus Rollins. Hoe dit werkt in onze psyche en in onze samenleving legt hij helder uit. We ervaren allemaal een leegte of iets incompleets in onszelf. Om dit op te lossen zoeken we vervulling. Bijvoorbeeld door rijkdom na te jagen, door te speuren naar de perfecte liefdespartner of beroemd te worden. Vooral de hedendaagse filmindustrie spiegelt ons veel moois voor dat onze diepste behoefte zou moeten bevredigen. Maar wat ons voorgehouden wordt, zijn allemaal afgoden, beweert Rollins. Ze zullen ons geen geluk schenken.

Rollins meent dat de kerkelijke verkondiging precies dit ‘wereldse’ schema volgt: onze behoefte krijgt een afgod toegeschoven. ‘Elk loflied verwijst naar iets dat impliciet of expliciet belooft om het gat te vullen in de doorboorde kern van ons wezen’, schrijft Rollins. Daarmee verandert de kerk het geloof in ‘niet meer dan het zoveelste product dat ons vervulling, geluk en een niet-aflatende gelukzaligheid belooft.’ Fout, zegt Rollins, want het evangelie doorkruist nu net ons streven naar vervulling en heelmaking. Jezus’ kruisiging toont ons geen fijn cadeau waarmee onze behoefte is opgelost, maar confronteert ons eerder met iets als ‘leegte’. Op het ultieme moment was God er niet, blijkt uit de bekende schreeuw van Jezus.

Ontmaskering

Voor Rollins vormt de kruisiging de ontmaskering van alle afgoden: er is geen antwoord dat ons compleet maakt, heel maakt of vervulling biedt. Daarmee geeft hij het volle pond aan menselijke onwetendheid, aan ons falen, zoeken en tasten, kortom: aan onze onvervuldheid.

Deze insteek is nauw verbonden met de manier waarop Christus mens werd: Hij ‘ontledigde’ zichzelf, schrijft Paulus. Het centrale nieuwtestamentische begrip hier is kenosis: ontlediging. In dit spoor moeten ook wij ons leegmaken en het met de leegte uithouden. Dat is niet gemakkelijk, want we klampen ons liever vast aan ‘verhalen’, omdat die ‘ons helpen om een beeld van onszelf te schetsen dat als een anker werkt’, weet Rollins. ‘Maar door dit te doen, verdoezelen we de waarheid dat we op drift zijn geraakt en uit elkaar vallen, een waarheid die we koste wat kost willen vermijden.’

De weg die Rollins bewandelt, komt uit bij ‘onwetendheid’. Als we onze onwetendheid durven te erkennen, stelt hij, ‘ontstaat er ook ruimte om de ander te accepteren en niet langer uit te sluiten op basis van onze waarheidsclaim.’ Maar er is meer dan alleen onwetendheid, want we gaan vreugdevol ‘het leven omarmen’. Rollins schrijft dat dit alles ‘een revolutionaire boodschap’ vormt, ‘die ons vertelt dat het verlies van ‘God’ (de religieuze afgod), hoewel traumatisch, een nieuwe ervaring kan ontsluiten van God die in ons midden woont, iets wat juist in de daad van het omarmen van het leven wordt bevestigd.’

Brokjes christelijkheid

Verslaafd aan God is een uitdagend en intelligent boek. De manier waarop Rollins psychische mechanismen blootlegt die ons verleiden om afgoden te dienen, is sterk en heeft de kerk van vandaag veel te zeggen. Tegelijk is het opmerkelijk dat Rollins zich aanvankelijk met verve bezighoudt met christelijke theologie, om daarna in een soort niemandsland terecht te komen waar alleen nog brokjes christelijkheid rondzwerven. Het komt gaandeweg zijn boek steeds vaker neer op onwetendheid en op relativering van het christelijk geloof. Heilzaam, zullen de vele fans van Rollins zeggen, maar misschien is dit idee van heilzaamheid zelf ook wel vatbaar voor relativering.

Rollins’ denkweg heeft hoe dan ook tot gevolg dat het gezicht van God steeds vager wordt. Hoe dat valt te combineren met Psalm 23 – om maar iets te noemen – is een vraag die je terecht aan Rollins stellen kunt. Moet het beeld van de herder ook verkruimelen tot leegte?

Het lijkt onontkoombaar dat de nieuwe vorm van kerk-zijn die Rollins voorstelt – in het laatste deel van zijn boek geeft hij daar voorbeelden van – uiteindelijk níet meer als kerk herkenbaar zal zijn. Dat is het effect van de radicale ‘kenotische theologie’ die hier wordt gepropageerd: alles wat we weten en alle ‘groepsidentiteiten’ moeten de prullenbak in om volstrekte ‘ontlediging’ te bereiken. Dit alles is zeer intrigerend en heeft de kerk zeker iets te zeggen, maar in zijn eenzijdigheid is dit type theologie ook erg kwetsbaar.

Verslaafd aan God. Peter Rollins. Uitgeverij Skandalon. 19,50 euro