Adam van de vreemdelingenhaat

Contrapunt
Sytze Faber

Vreemdelingenhaat is van alle tijden, van alle volken. Zit in het DNA van de mens. Net als bijvoorbeeld homohaat. Van nature hebben mensen een afkeer van minderheden, van mensen die anders zijn dan zij. Die worden beschouwd als bedreigers van de eigen identiteit. Meestal is dat getalsmatig gezien prietpraat. Maar dat telt niet. Men laat het gevoel, het DNA spreken, niet het verstand en de feiten. Dat speelt vooral in onzekere en moeilijke economische omstandigheden.

Tachtig jaar geleden werden zo’n tien miljoen Joden, Roma, homo’s, vrijmetselaars, Jehova’s getuigen en gehandicapten vermoord. Kleine minderheden, die de Duitse cultuur en het Germaanse ras, zo werd erin gehamerd, zouden ondermijnen en vergiftigen. Het was een daad van vaderlandsliefde ze te ruimen. Dat viel in vruchtbare aarde. Het menselijk DNA won het glansrijk van de christelijke beginselen in het toen door en door christelijke Duitsland.

Na de barbarij van de Holocaust wilde vooral het Westen dat dit nooit weer zou gebeuren. Er kwamen buffers om dat te voorkomen. Het adagium werd: alle mensen zijn gelijkwaardig. Daarom een verbod op discriminatie. Een verankering van de vrijheid van godsdienst en van meningsuiting. De vastlegging van de Universele Rechten van de Mens.

Miskenning

Nu komt er echter rot in deze iconen van menselijke beschaving. Twee recente voorbeelden uit het buitenland van miskenning van feiten. Daar begint het mee.

Presidentskandidate Marine le Pen ontkent de verantwoordelijkheid van Frankrijk voor de arrestatie in 1942 door de Franse politie van 15.000 Joden om die te laten deporteren naar de gaskamers van de nazi’s. En Sean Spicer, woordvoerder van president Trump, wekt de indruk zelfs geen weet te hebben van die vergassingen.

Er is meer aan de hand dan historische onkunde. De oude Adam van de vreemdelingenhaat laat zich weer gelden. Hij waart nu rond in een verhullend gewaad. Dat maakt het nog venijniger. Drie voorbeelden van eigen bodem.

Inburgeringsexamen

Door het kabinet-Rutte I zaliger, het door de PVV gedoogde minderheidskabinet van VVD en CDA (2010–2012), is de inburgering van nieuwkomers een zootje geworden. Het verordonneerde dat de inburgering een gezamenlijke verantwoordelijkheid moest worden van vluchtelingen en marktpartijen. Iedereen die een beetje goed bij zijn hoofd is, ziet dan het zwerk drijven. Nieuwkomers die vaak van toeten noch blazen weten en marktpartijen die winst moeten maken. Gevolg: lange wachttijden, slecht onderwijs, waardeloze examenvragen, extreme boetes bij zakken, beroerde slagingspercentages. Logische vraag: wilde dat kabinet eigenlijk wel dat de nieuwkomers zouden integreren? Veelzeggend: CDA-leider Sybrand Buma bepleitte onlangs nog dat ook echte vluchtelingen zelfs na zeven jaar gedwongen moeten kunnen worden om op te hoepelen als het land van herkomst veilig(er) is geworden. Kan de roep om integratie serieus worden genomen als de overheid zelf eindeloos de melk ophoudt? Lijkt me van niet.

Tweede voorbeeld. PVV en VVD werpen zich opeens op als beschermengelen van paashazen en paaseieren. Deze eretekenen van de joods-christelijke traditie zouden ondergesneeuwd raken door de islamisering. Getalsmatige prietpraat. Zes procent van onze bevolking is moslim. Belangrijker: de hazen en eieren hebben niets van doen met joden- en christendom. Het zijn echo’s van een heidense vruchtbaarheidscultus.

In dezelfde lijn ligt – derde voorbeeld – de plotselinge bekommernis van PVV’ers en VVD’ers over de veronderstelling dat het bijzonder onderwijs uit angst voor de islam een loopje neemt met de paasvieringen op school. In Kamervragen spreken ze nota bene over ‘zelfislamisering’. De betreffende scholen vragen zich af waar ze het over hebben. Maar wat kan het schelen? Elk haatzaadje en elk opruiinkje is meegenomen, weet de uitgeslapen Adam van de vreemdelingenhaat.

Reageren? fabersyma@gmail.com