Over troost en de intelligentie van religie in het gesprek over voltooid leven

Christoph Jedan

In de theologie en de filosofie is uitgebreid nagedacht over de betekenis van een ‘voltooid leven’. Het werd verbonden aan de vraag hoe om te gaan met verlies en verdriet. De bevindingen ervan kunnen een bijdrage leveren aan het huidige debat.

Nemen we de intellectuele kracht van godsdienst nog voldoende serieus? Verwachten we van religies dat ze denkmogelijkheden bieden die verhelderend en inspirerend zijn, júíst ook voor mensen die niet godsdienstig zijn? De actuele discussies rond euthanasie en hulp bij zelfdoding roepen daarover twijfels op. Religie komt al snel in beeld als bron van principiële bezwaren, zowel bij seculiere als ook bij christelijke medeburgers – inclusief politici. Helaas wordt er gemakkelijk voorbijgegaan aan de vraag wat de verbindende inhoudelijke bijdrage van religieus denken kan zijn, een bijdrage die ook mensen buiten de eigen kring kan aanspreken.

Troostliteratuur

Wat de vragen rond voltooid leven betreft, is het van belang om te weten dat oude filosofen en ook godsdiensten volop hebben nagedacht over de vraag wat het betekent dat een leven voltooid is. De belangrijkste vindplaats voor gedachten hierover is de zogenaamde ‘troostliteratuur’. In de theologie en de filosofie bestaat een lange traditie van teksten die leren om te gaan met verlies en verdriet.

Deze traditie gaat van Plato, via de grote christelijke auteurs, tot in onze dagen. En het gaat van troostbrieven aan concrete personen tot abstracte betogen over verschillende visies op verdriet. Als we de intelligentie van religie serieus willen nemen – juist ook in het maatschappelijke debat – moeten we deze literatuur in gesprek brengen met de meest gerespecteerde wetenschappelijke literatuur die we nú tot onze beschikking hebben. In het geval van troostliteratuur is dit zonder twijfel de psychologische literatuur over verliesverwerking.

Een vergelijking tussen oude troostliteratuur en de nieuwe rouwpsychologie laat zien dat oude troostteksten grote nadruk leggen op het wereldbeeld van de rouwende. De oude troosters zijn ervan overtuigd dat onze fundamentele opvattingen over de wereld bepalend zijn voor de impact van verlies-ervaringen – of ze nu destructief uitpakken voor ons leven of juist niet. Het komt erop neer dat onze antwoorden op diepe religieuze vragen over de rechtvaardigheid van de wereld, het doel van het menselijk leven en de plek die de dood in ons wereldbeeld heeft, bepalen hoe goed we kunnen omgaan met verlies.

Herinnering

Veranderingen op het niveau van alledaagse concrete handelingen – zoals dingen alleen doen die we voordien samen met de overledene deden – krijgen verhoudingsgewijs weinig aandacht. Wel wordt er in de oude traditie veel aandacht geschonken aan de vraag hoe de herinnering aan de overledene een plek krijgt in ons dagelijks leven. In nieuwere tradities inzake rouw-therapie wordt dit sinds een jaar of twintig aangeduid als continuing bonds: relaties voortzetten.

Waarin de oude troosttraditie uitblinkt – en waarvan wij nog steeds veel kunnen leren – is de moeite die zij doet om aan te tonen dat het leven van de overledene een afgerond geheel was; dat dat leven voltooid was. De oude traditie doet dit niet, zoals voor ons misschien voor de hand zou liggen, door een zogeheten bucketlist van de overledene af te vinken – een lijst van dingen die iemand in zijn of haar leven beslist wilde doen.

De oude troosters beseften heel goed hoe precair zo’n lijst eigenlijk is. Immers, zo’n lijst is nooit af, want je kunt altijd meer items op de lijst zetten. Een bezoek aan de Grand Canyon is alleraardigst, maar je moet ook écht eens op rafting-vakantie zijn geweest in Montenegro. Ook je allerbeste prestaties kunnen worden overtroffen door iemand anders. En dan: wat zegt zo’n lijst nu over de kern van jouw bestaan? Kortom, het afvinken van een bucketlist biedt weinig troost.

Deugden

De oude troosters doen het anders en slimmer. Zij zetten in op de deugden van de overledene. De nadruk leggen op deugden is om drie redenen een intelligente zet: Ten eerste typeren deugden wat constant en waardevol is aan een menselijk leven – ook in veranderende omstandigheden. Deugden kunnen ons daarom helpen de heelheid van een mens te beschrijven.

In de tweede plaats is er door de manier waarop de oude troosters deugden gebruiken, helemaal geen aanleiding voor een bucketlist-achtige competitie. Dit komt doordat de oude troosters genereus zijn met het toeschrijven van deugden aan de overledene. Er wordt gewoon gesteld dat een overledene deugdzaam was, terwijl elke neiging te gaan vergelijken en de vraag te stellen wie nu het dapperst, grootmoedigst of wat dan ook zou zijn geweest, van de hand wordt gewezen. Ten derde staat voor de oude denkers vast dat wie deugden verworven heeft, alles bereikt heeft wat er in een leven te bereiken valt.

Wanneer de oude troosters de deugden van de overledene belichten, is dit meer dan een retorische gewoonte. Het benoemen van deugden laat zien dat een biografie een afronding en voltooiing heeft. Dit zien we bijvoorbeeld in een brief van kerkvader Hiëronymus (347-420). Hij schrijft aan de oom van iemand die jong overleden was: ‘Elke afzonderlijke deugd was in hem dermate zichtbaar alsof hij geen andere bezat.’ Tegelijk verbindt de nadruk op deugden de christelijke troosttraditie met de niet-christelijke: de Romeinse filosoof Seneca schrijft aan een rouwende moeder: ‘Probeer je zoon naar zijn deugden te schatten en niet naar zijn jaren. Dan heeft hij lang genoeg geleefd.’ De oude troosters beweren dat een leven voltooid kan zijn, en dat het vanuit het perspectief van deugden niet uitmaakt hoe lang een leven heeft geduurd.

Zinervaring

Wat kunnen we opsteken van deze oude teksten voor de maatschappelijke discussies nu? Twee zaken zijn van belang.

In de eerste plaats is het belangrijk te erkennen dát religieuze tradities volop nadenken over de vraag hoe een leven voltooid kan zijn. Religies hoeven zich niet in de hoek te laten duwen van de grote verbieders of van de bestrijders van de menselijke autonomie. Zij kunnen juist een constructieve bijdrage leveren aan het debat.

Ten tweede is het belangrijk te zien dat de oude teksten voltooid leven positief formuleren. Voltooid leven is geen eufemisme voor het levensmoe zijn of het lijden aan het leven. De oude teksten laten een blinde vlek zien in ons hedendaagse debat: het belang van deugden voor de ervaring van een zinvol leven. Een deugdenperspectief maakt concreet wat er speelt en geeft veelal een nieuwe draai aan de abstracte termen die in het debat om het zelfgekozen levenseinde worden gehanteerd – termen als autonomie, participatie, inclusie.

Als een vrouw op leeftijd klaagt dat zij wordt opgehaald om tijd door te brengen met familie maar dat niemand meer bij haar op bezoek komt, gaat het niet om de abstracte begrippen autonomie of inclusie. Immers, de vrouw wordt heel nadrukkelijk bij activiteiten betrokken en zij heeft de keuze om wel of niet mee te gaan. De kern van een dergelijk verhaal blijkt dan te zijn dat deze vrouw geen gelegenheid meer krijgt om zelf gastvrij te zijn en op deze manier generositeit te tonen. Dit ontnemen van deugden doet afbreuk aan haar zinervaring.

Mentaliteit

In wensen van levensbeëindiging komt vaak een gevoel van isolatie, vervreemding en nutteloosheid naar voren. Dat werpt de vraag op hoe we een welvarende en vergrijzende maatschappij kunnen structureren. En vooral ook hoe we de mentaliteit van mensen kunnen veranderen waarmee we hen helpen een leven lang deugden te praktiseren en daarvan de vruchten te plukken – door hechtere sociale banden en de ervaring van levenszin.

De oude traditie van de troostliteratuur mag als voorbeeld gelden van de intelligentie van religie. Ongeacht welk geloof of welke overtuiging we aanhangen, religieuze schrijvers stellen scherpe en goede vragen en suggereren uitdagende antwoorden.

Prof. dr. Christoph Jedan is hoogleraar godsdienstfilosofie en ethiek aan de Rijksuniversiteit Groningen.
De inhoud van dit artikel is gebaseerd op de tekst van zijn oratie, waarmee hij op 14 maart officieel het hoogleraarsambt aanvaardde dat hij sinds de zomer van 2015 bekleedt. Jedan deed de afgelopen jaren op uiteenlopende manieren onderzoek naar dood en troost, wat leidde tot diverse publicaties.