De bronteksten van de Bijbel in het onderzoekslab: wat weten we echt?

Eep Talstra

Wie de Bijbel leest verdwaalt soms in de teksten. Wat staat er eigenlijk en waar is de vertaling op gebaseerd? In een drieluik gaat prof. dr. Eep Talstra in op de bronteksten van de Bijbel. Deze keer: deel 1.

In de tijd voor Pasen zingen we in de kerk regelmatig Lied 572 uit het nieuwe Liedboek (2013) over de kruisdood van Jezus. Het vierde couplet heeft een opvallende tekst:

Wat nu gebeurt zong David al,
Betrouwbaar klinkt de oude psalm.
Tot alle volken, roept het uit:
hoor, God regeert vanaf het kruis.

Als Bijbelwetenschap je vak is, dan vraag je je onder het zingen af: welke psalm is dat waarin David dat zingt, dat God regeert vanaf het kruis? Staat die in mijn Bijbel?

Onderzoekers die thuis zijn in de wereld van de oude kerk, de handschriften van de Bijbel en de verschillen tussen het Hebreeuwse Oude Testament en de oude Griekse vertalingen kunnen je meteen het antwoord geven. Zo’n psalm bestaat niet, niet in de Hebreeuwse Bijbel en ook niet in de oude Griekse vertaling. Wat we wel hebben is de Latijnse hymne van Venantius Fortunatus (zesde eeuw) waarin deze strofe voorkomt. Zijn hymne blijkt te zijn gebaseerd op een oude traditie waar we één Grieks handschrift van hebben. Daarin is de tekst van Psalm 96:10 ‘Verkondigt het aan de volken: de Heer is koning’ uitgebreid met de woorden ‘vanaf het hout’.

Vervalst

In de oude kerk was deze psalmtekst onderdeel van de debatten tussen christenen en joden over de vraag of het Oude Testament de komst en de kruisdood van Jezus aankondigt of niet. Beroemd is kerkvader Justinus die de joden het verwijt maakte dat ze de psalmtekst hadden vervalst door in vers 10 de verwijzing naar Jezus weg te laten. Dat verwijt is niet terecht, het is omgekeerd. De Hebreeuwse teksten kennen zo’n aanvulling over ‘het hout’ niet en zo goed als alle Griekse teksten al evenmin. Het handschrift dat Justinus gebruikte is een geval apart. Het heeft een christelijke aanvulling op de tekst, maar het is geen betrouwbare getuige van de Griekse Bijbel. In de huidige Bijbelvertalingen, of ze nu ‘modern’ zijn of ‘klassiek’ ,speelt dat handschrift geen rol.

De vraag is nu: wat zingen we dan in de kerk? Een verkeerde tekst? Ja, het is niet anders. De verwijzing naar het kruishout staat niet in de psalm. Dat Psalm 96 door David gezongen zou zijn staat ook niet in de Hebreeuwse Bijbel, maar alleen in de Griekse vertaling. Het gebruik van het woord ‘betrouwbaar’ (fidelis in het lied van Venantius) klinkt dan wel heel ironisch in dit verband. Het kost me altijd veel moeite om dit vers mee te zingen. Je wordt er door teruggeduwd in de middeleeuwen. Houdt de kerk soms niet van onderzoek?

Maar hiermee zijn we er nog niet. Je komt met dit voorbeeld op het terrein van de vragen die aan de orde zijn bij Bijbelvertalen, liturgie en geloof. Tradities zijn heel sterk in de wereld van kerk en geloof, bij protestanten niet minder dan bij katholieken. En zo heeft de hymne van Venantius Fortunatus toch zijn plek behouden in de liturgie. Dat was al zo in het Liedboek voor de kerken van 1972 (Lied 185) en dat is in het nieuwe Liedboek uit 2013 zo gebleven. Je kunt immers ook zeggen: het Johannesevangelie (12:31-32) maakt ons duidelijk dat de kruisdood van Jezus een strijd is om het koningschap tussen ‘de vorst van deze wereld’ en Jezus, de Messias. Zo is Jezus koning geworden. Dus, of het nu in Psalm 96 staat of niet, dit is de boodschap. En waarom zouden we dan teksten van een eeuwenlange liturgische traditie afschaffen of aanpassen? Maar, denk ik dan, waarom is traditie bang voor historisch onderzoek van de teksten? Heeft geloven daar last van?

Traditie en onderzoek

Hier begint de echte discussie die ook duidelijk meeklonk in een recent themanummer van Met Andere Woorden (16/3-4) van het Nederlands Bijbelgenootschap over ‘De bronteksten van de Bijbel’. We hebben een lange traditie van Bijbel en liturgie, én we hebben het onderzoek van Bijbelteksten. Verdragen die twee elkaar? Vijf eeuwen na de reformatie is dat nog steeds de meest beslissende vraag. Het themanummer stelde die vraag niet direct, maar het onderwerp was duidelijk aanwezig. De artikelen gaven een prachtige inleiding in vijf eeuwen onderzoek naar de tekstoverlevering van Oude en Nieuw Testament en vertelden van de grote veranderingen in visie op de bronteksten die het gevolg zijn van nieuwe tekstvondsten (Griekse papyri of Dode Zee-rollen) en van nieuwe technieken (computertoepassingen) voor de vergelijking van de duizenden handschriften of delen van het Nieuwe Testament die inmiddels bekend zijn.

De bijdragen in het magazine waren heel instructief; ze presenteerden heel veel materiaal over het onderzoek naar de manuscripten achter de huidige edities van het Hebreeuwse Oude Testament en het Griekse Nieuwe Testament. Ze beschreven de mogelijkheden die de boekdrukkunst bood voor Bijbeluitgaven in het Hebreeuws, Grieks en andere talen. Ze vertellen over het werk van de geleerden die manuscripten en bijbeluitgaven kritisch analyseerden voor het maken van de Statenvertaling en nog veel meer.

Bijvoorbeeld hoe de vernieuwing in het onderzoek van het Oude Testament op gang is gekomen doordat tekstvondsten sinds de negentiende eeuw veel meer kennis van oud-oosterse godsdiensten hebben gebracht, ook die van Israël. Daarover in de volgende bijdrage meer.

Dit is deel 1 uit een korte serie over Bijbelvertalen door prof. dr Eep Talstra, emeritushoogleraar Oude Testament aan de VU.