In Praag moet je eerst het vertrouwen van mensen winnen

Lodewijk Born

Hoe is het om actief te zijn in het buitenland als missionair werker? In het Goede Leven berichten columnisten hierover. Wie zijn ze en wat is hun motivatie? Deze keer: Leendert Wolters.

Wie bent u en wat is de (kerkelijke) achtergrond van huis uit?

,,Ik ben Leendert Wolters (36) en ik woon Praag. Mijn vrouw Nelleke heeft in de afgelopen twee jaar columns geschreven voor het Friesch Dagblad. Ik kom uit een hervormd nest (PKN) en als gezin zijn we door de Gereformeerde Zendingsbond (GZB) uitgezonden naar Tsjechië. Hier werken we inmiddels bijna vier jaar in de ondersteuning van kerken en christenen.”

Heeft u hiervoor nog andere betrekkingen gehad of bent u direct ‘werker in de wijngaard’ geworden?

,,Voor onze uitzending werkte ik als jeugdwerker aan missionaire projecten van de HGJB (Hervormd Gereformeerde Jeugd Bond) en de IZB, vereniging voor zending in Nederland. Ik heb dus in een aantal gelijksoortige organisaties in dit hoekje van de Protestantse Kerk meegedraaid, maar of een van die drie me nu ‘werker in de wijngaard’ heeft gemaakt? Ik geloof dat je werker wordt als de Eigenaar van de wijngaard je roept. Vroeg of laat komt Hij langs en dan ga je achter hem aan. En dat leidt natuurlijk niet automatisch tot een betaalde functie of officiële uitzending.”

Wat kunt u vertellen over de kerkelijke kaart van het gebied waar u werkzaam bent? En over de stad waar u woont.

,,Wij wonen dus in Praag, de hoofdstad van Tsjechië. Een ‘gewone’ westerse stad met een C&A en een Albert Heijn om de hoek. Maar als stad in het centrum van Europa heeft het een heel andere (kerk)-historie dan Nederland. Een vroege kerkhistorie (Johannes Hus, 1416), een contrareformatie en het communisme. Die drie belangrijke elementen vormen ook nu nog de hoofdbestanddelen van de kerk en misschien nog wel meer: van hoe mensen buiten de kerk tegen de kerk aankijken. En dat zijn er nogal wat.”

,,Meer dan 85 procent van de bevolking weet zich niet verbonden aan een kerk of religieus genootschap. De gemeenschap van evangelicale christenen is nog veel kleiner, niet meer dan veertigduizend mensen van wie de meesten lid zijn van kleine gemeenten. Samen staan zij voor een enorme uitdaging, en omdat wij die uitdaging herkennen vanuit Nederland, willen we naast hen staan.”

Hoe lang bent u op uw huidige standplaats werkzaam en wat vindt u het meest uitdagende in het werk?

,,Wij zijn nu bijna vier jaar in Praag en redelijk gesetteld. Toch denk ik dat het gewone leven als gezin in een grote – en toch nog een beetje – vreemde stad soms wel het zwaarste is. Het begeleiden van de kinderen in een multiculturele setting op school. Het steeds weer dealen met dingen die anders zijn, terwijl je in vergelijking met Nederland, weinig ‘resources’ om je heen hebt, waar je op terug kunt vallen.”

Welke cultuurshock moest u overwinnen toen u begon?

,,Het grootste cultuurverschil waarmee ik geconfronteerd werd in mijn werk, was dat er een ondertoon van wantrouwen in de cultuur zit. Of misschien is het een gebrek aan vertrouwen, niet durven vertrouwen. Vanuit Nederland was ik gewend dat mensen, ook in zakelijke situaties, elkaar toch ten diepste vertrouwen. Al was het maar om mee te beginnen. Hier moet je vertrouwen winnen, je steeds opnieuw bewijzen, laten zien dat je vertrouwen waard bent.”

Hoe ervaart u de ruimte om anderen over het christelijk geloof te vertellen?

,,Het eerder genoemde wantrouwen richt zich niet alleen op mij, maar ook op instituten zoals de kerk en gelovigen in bredere zin. Men ziet dat als iets doms, of gevaarlijks. En tegelijk komen we ook steeds weer (jonge) mensen tegen met een onbevangen oprechte nieuwsgierigheid naar wat geloven precies is.”

Bent u altijd vrijmoedig geweest in het delen van het evangelie of heeft u dat moeten leren?

,,Een kennis zei eens: heidenen en christenen hebben één ding gemeenschappelijk waar ze een hekel aan hebben: evangelisatie. En zo is het. Iedereen loopt op straat met een grote boog om de Jehovah’s Getuigen heen, en ook ik spreek niet zomaar iemand aan. Maar wanneer je tijd en aandacht hebt voor de mensen die je toch al tegenkomt, dan gaat het gesprek ineens over diepe dingen en ontstaat er ruimte om over het evangelie te spreken. Maar dat is iets wat ik heb moeten leren.”

Wat is tot nu toe u meest indringende ervaring geweest?

,,Deze manier van evangelie delen is er een van de controle uit handen geven. Dan is er juist ruimte voor Gods werk! Op die manier hadden wij in 2014 een gezin uit Iran te gast. Vluchtelingen. En in dat weekend in ons huis kwamen ze tot geloof. Dat zagen we niet aankomen, en hadden we niet gepland. Maar het heeft een onuitwisbare indruk bij ons nagelaten.”