Geschiedschrijving kerkelijk verzet predikanten

Lodewijk Born

Het jaar 1942 was het jaar waarin verreweg de meeste predikanten gearresteerd werden. Wat waren de gevolgen voor predikanten in de Tweede Wereldoorlog door hun deelname aan het (kerkelijke) verzet? Daarover gaat het boek Predikanten in de frontlinie van Jan Ridderbos.

Het zijn verhalen die voor altijd met kerken verbonden blijven. De verhalen over predikanten die opgepakt werden in de Tweede Wereldoorlog, gevangen werden gezet, en soms niet terugkwamen. Jan Ridderbos (72) uit Assen heeft een monumentaal boek geschreven over dit deel van de kerk- en oorlogsgeschiedenis in Nederland.

Predikanten namen tijdens de Tweede Wereldoorlog in gevangenis en kamp een bijzondere plaats in, zo geeft hij in zijn voorwoord aan. ‘Want anders dan tal van mensen met een universitaire opleiding gaven zij in de (ont)kleedkamer niet hun bijzondere positie af. Ook in de gevangenissen en kampen bleven zij zielzorger, en vaak – zij het clandestien – ook voorganger.’

In het boek beschrijft hij minutieus wat de gevolgen waren van de actieve deelname aan het (kerkelijke) verzet. Het is niet een totaaloverzicht van het Nederlandse verzet en het aandeel dat predikanten aan dat verzetswerk hadden is al eerder beschreven. Ridderbos spitst zich toe op de beroepsgroep predikant. Voor een belangrijk deel lag hun verzet op kerkelijk terrein. ‘s Zondags op de preekstoel, en door de week op huisbezoek of in het leerhuis maakten zij duidelijk wat niet deugde aan de bezetter.

Een stapje meer

Het verzet had diverse bronnen: (1) de strijd tegen het nationaalsocialisme van Adolf Hitler dat strijdig was met de christelijke leer en de Bijbel, (2) volkenrechtelijke overwegingen en (3) de verbondenheid met het vorstenhuis. Er waren er ook die, omdat hun hart sprak, onderduikers opnamen. Het Bijbels gebod om de ontheemden te herbergen kan die emotie versterkt hebben, zo meent Ridderbos.

De titel Predikanten aan de frontlinie bedoelt de auteur niet triomfantelijk, zo schrijft hij. Die titel zou namelijk ook kunnen luiden Predikanten op het slappe koord. ‘In feite moest iedere predikant in Nederland vijf jaar lang, iedere week opnieuw, bedenken wat hij op kansel en elders kon zeggen en waarover hij liever zwijgen wilde. Vele predikanten die in dit boek aan de orde komen, deden een stapje meer dan de doorsnee-predikant. Al dan niet bewust namen ze plaats in de frontlinie.’

Het ging Ridderbos om de beschrijving van de consequenties van dat verzet. Voor bijna iedereen: gevangenschap. Voor een kleine groep: standrechtelijke executie. De gevangenschap begon in een huis van bewaring of gevangenis. Een aanzienlijk deel van de gevangen predikanten kwam daarna in een Nederlands kamp terecht, zoals Vught en Amersfoort en ook Schoorl. Van daar ging een deel naar een gevangenis, een werkkamp of concentratiekamp in Duitsland.

Ridderbos verzamelde namen uit alle protestantse kerkgenootschappen, waarbij hij volledigheid heeft nagestreefd. Het boek is een vervolg op en een uitbreiding van de bundel, die onder redactie van dr. George Harinck en dr. Gert van Klinken verscheen: Van kansel naar barak. Daarin werden alleen die predikanten vermeld, die in een kamp terecht kwamen. De uitbreiding bestaat hieruit, dat alle predikanten die gevangen gezeten hebben aan de orde komen.

Nederlands-Indië

De tweede uitbreiding betreft de predikanten in Nederlands-Indië. Een groep die merkwaardig weinig aandacht heeft gekregen, zo wordt geconstateerd. ‘Na de bevrijding was het moederland er zo van overtuigd, dat het lijden onder de Japanse bezetter niet opwoog tegen het lijden onder de Duitse bezetter, dat er van meet af aan weinig over de Japanse bezetting van Nederlands-Indië werd geschreven. In de kerkelijke gedenkboeken ontbreken de oorlogsslachtoffers uit Nederlands-Indië. Dat is vreemd, omdat bijvoorbeeld wat de Gereformeerde Kerken betrof de classis Batavia, evenals de Alt-Reformierten in Duitsland, deel uitmaakten van het kerkverband.’ Nu worden voor het eerst de oorlogsslachtoffers uit de koloniën genoemd.

In het boek zijn ook de gegijzelde predikanten meegenomen, vooral omdat het voor de beleving van de gevangenschap geen verschil maakte. ‘Zowel de gijzelaars als hun familieleden leefden, net als de gewone gevangenen en hun familieleden, in grote spanning en onzekerheid: overleeft mijn man, onze vader het gijzelaarskamp?’

In de eerste fase van de bezetting was de bezetter terughoudend bij het arresteren van predikanten. Dat had een duidelijke reden. ‘In deze fase van de bezetting was het de bezetter er veel aan gelegen om een herhaling van de Kerkstrijd (Kirchenkampf), die in Duitsland had gewoed, te voorkomen.

Een van de predikanten die toch gearresteerd werd – op Koninginnedag 1940, 31 augustus – was de gereformeerde predikant van Hindeloopen, ds. C. Jansen (1899). Reden: zijn kinderen waren te uitbundig met oranje versierd. Hij zat van 31 augustus tot 25 september 1940 in de gevangenis van Leeuwarden.

Niet de mond snoeren

Het boek beschrijft bijzondere arrestaties uitgebreider, zoals die van ds. Nicolaas Padt, oprichter van Kerk en Vrede. De Duitsers hadden hem als radicale antimilitarist al langer op de korrel. Hij stond van 1912-1917 in Oosterzee en Echten als hervormd predikant. Hij zat gevangen in het Oranjehotel in Scheveningen, kamp Amersfoort, concentratiekamp Dachau, waar hij bleef tot eind mei 1945.

Het voert veel te ver om alle verhalen te beschrijven die in het boek zijn vastgelegd. Het is vooral een publicatie die laat zien hoe intens de oorlog was, hoe ingrijpend. Dat predikanten zich de mond niet lieten snoeren. En dat predikanten, ook in de gevangenis, niet ‘stopten met werken’.

Zo is er het verhaal van hervormde voorman ds. J.J. Buskes die vijf mannen opzocht tijdens zijn gevangenschap. De oudste was zestig, de jongste 22. Hij bezocht ze in hun laatste dagen, want ze hadden een Engelse piloot geholpen en werden daarom ter dood veroordeeld.

Het jaar 1942 was het jaar waarin verreweg de meeste predikanten gearresteerd werden. ‘Voor de bezetter was dit het jaar waarin deze zich het sterkst voelde’, zo schetst Ridderbos. Een van de opgepakte predikanten was dr. Kornelis Sietsma, geboren in Nijega op 25 augustus 1896. Hij werd in februari 1942 gearresteerd in Amsterdam. Hij was oud-militair en durfde het aan om te bidden voor prinses Beatrix, te collecteren voor de Jodenzending en hij was een principieel tegenstander van het nationaalsocialisme. Op 2 juni werd hij op transport gesteld naar concentratiekamp Dachau waar hij op 7 september 1942 bezweek aan dysenterie.

Boetepreek

Beschreven wordt hoe er in de Tweede Wereldoorlog een onvoorstelbaar groot aantal werk- en concentratiekampen was: een voorzichtige raming is 1600. Nederlandse predikanten kwamen meestal terecht in Duitsland: Bergen-Belsen, Buchenwald, Dachau, Neuengamme en Sachsenhausen.

28 predikanten en twee hulppredikers kwamen om in een concentratiekamp, zoals de hervormde predikant Jozef Wilhelm Bernard Cohen die stond in Dokkum. Hij werd gearresteerd naar aanleiding van het houden van een boetepreek. Na een gevangenschap in Leeuwarden werd hij getransporteerd naar Dachau, waar hij overleed op 23 mei 1942.

Ook kwamen predikanten om op weg naar de kampen. Ds. R.H. Kuipers van Wanswerd-Burdaard was tijdens de bezetting een van de leidende figuren binnen het schoolverzet in Noord-Friesland. Hij werd gearresteerd op 4 februari 1945 en overleed op 27 april 1945; zijn lichaam werd bij Lübeck van een schip gegooid. Hij werd eerst begraven in een massagraf en het duurde tot 1959 voordat zijn lichaam geïdentificeerd werd. Hij werd in augustus 1959 herbegraven op de erebegraafplaats te Loenen.

Eerste executie

De eerste executie van een predikant vond plaats op 29 december 1942: Jan Kars. Eerder was hulpprediker Martinus Cornelis Cavaljé al gefusilleerd op 19 november 1942.

Ds. Lourens Touwen, oud-predikant van Makkum en Kornwerd, werd op 8 september 1944 in Vries (Dr) door de Duitsers doodgeschoten. In Makkum is een straat naar hem vernoemd. De in Tzum geboren Teake Ferwerda behoort ook tot de geëxecuteerde predikanten. Hij werd samen met zijn koster S. van der Baan op 12 september 1944 gefusilleerd.

Ds. Hantje de Jong uit Hiemert (onder Burgwerd), stond bekend als ‘de vader van het burgerlijk verzet van Charlois. De pastorie werd een herberg, een doorgangshuis voor vervolgden, onderduikers. En hij mobiliseerde gemeenteleden om hetzelfde te doen.’ Op 26 oktober werd hij gearresteerd en twee dagen later geëxecuteerd op de Rotterdamse schietbaan. Ook Sibe Jans Hoekstra (Burum), Hendrik Roelof de Jong (Heeg) staan bij deze lijst van namen.

Ook in het laatste periode van de oorlog werden nog diverse Friese predikanten gearresteerd. Op 16 januari 1945 de hervormde predikant van Oosternijkerk ds. H.M. Cnossen (1919). Evenals de vrijgemaakte predikant van Harlingen, ds. A. Bos, verbleef hij te Leeuwarden en Wilhemshaven. Op 18 april 1945 mocht hij weer naar huis. ‘Hij was gearresteerd omdat het valse persoonsbewijs van een onderduiker in zijn pastorie was gevonden, en ook autobanden, die illegaal in zijn bezit waren. In het Arbeitslager heeft ds. Cnossen als geestelijk verzorger veel voor zijn medegevangen betekend.’

In totaal komt Ridderbos aan een getal van 216 gearresteerde predikanten; Friesland staat op plek vier met 28 predikanten. In Europa zijn 51 predikanten als oorlogsslachtoffer omgekomen, waarbij ook enkele genoemd worden die omkwamen bij beschietingen en bombardementen. Op de lijst van oorlogsslachtoffers uit Azië staan 65 namen.

Stilzwijgend instemmen

Ridderbos noemt – en roemt – ook de rol van de predikantsvrouwen. ‘Zij moesten ten minste stilzwijgend instemmen met het illegaal bezig zijn van hun man. Vrouwen, echtgenotes, hadden echter niet alleen een plaats op de achtergrond. Het verzet kon ook uitgaan van de vrouw; de echtgenote kon de drijvende kracht zijn.’

Opvallend is hoe het verzet er vooral ook was bij jonge predikanten, zo blijkt uit hun geboortejaren (periodes 1901-1910 en ook 1899-1900). ‘Als we dat bedenken, kunnen we te meer respect hebben voor deze mannen, in de kracht van hun leven, bijna allemaal getrouwd, bijna allemaal vader van jonge en opgroeiende kinderen. Mensen die wisten wat zij op het spel zetten. Maar die zich ook inzetten juist ter wille van hun gezinnen en de toekomst van hun kinderen.’

Predikanten in de frontlinie. De gevolgen van deelname aan het (kerkelijk) verzet in Nederland tijdens WO II. Jan Ridderbos. Met medewerking van G.C. Hovingh. Uitgeverij Vuurbaak, 22,50 euro